De grafsteen van Henri en Clemence Dumortier - Nollet

Één van de oudste herbergen van onze gemeente is herberg Nieuw Cruuseecke. Bij het vernemen van de eerste berichten over de aanleg van de nieuwe calchie Ieper - Menen (halfweg de 18e eeuw) kocht Geluwenaar Joseph Silvester Vanhaverbeke onmiddellijk een stuk grond op de hoek van de Menenstraat met de Wervikstraat, richting Wervik. Hij liet er een herberg met afspanning, brouwerij en hofstede bouwen. Waard Joris Franciscus Stragier was de eerste die tol inde aan de nieuwe tolbarrière.

Ruim 130 jaar later is Henri Dumortier de herbergier. Hij was gehuwd met Clemence Nollet. Kastelein Henri en waardin Clemence konden in hun periode van de kermissfeer proeven. De donderdag na de kermis was de dag van Kruiseke. Zo stond te lezen: ‘Gheluvelt, kermis van 1889. Programma der Feesten en Volksvermaken die ter dien gelegenheid zullen plaats hebben, … Donderdag 3 oktober, om 5 uren allerhande spelen en volksvermaken aan de Kruiseecke…’

Henri stierf in 1900 en werd op het kerkhof van Geluveld begraven. Allemaal alledaags ware het niet dat de grafsteen van Henri Dumortier en Clemence Nollet de enige is die de vernieling van de Eerste Wereldoorlog bijna ongeschonden heeft doorstaan. Deze grafsteen is nu nog terug te vinden, weliswaar niet meer op de precieze vooroorlogse plaats, op de plaats waar het kerkhof vroeger lag, namelijk naast de kerk, op enkele stappen van het monument van de gesneuvelden.

Op de grafsteen kun je nu nog duidelijk de volgende tekst lezen:

LA PIEUSE MEMOIRE DE MONSIEUR HENRI DUMORTIER
NE A GHELUVELT ET Y DECEDE
LE 18 JUIN 1900 A L’AGE DE 58 ANS
ET DE SON EPOUSE DAME CLEMENCE NOLLET
NEE A LANGEMARCK ET DECEDEE A GHELUVELT
LE 17 AOUT 1911 A L’AGE DE 66 ANS.

Wanneer je een bezoekje aan het centrum van Geluveld brengt, wandel even tot bij deze grafsteen. Onder toedoen van de Zonnebeekse Heemvrienden werd de steen grondig gereinigd. Voor meer info over het gehucht Kruiseke en haar herbergen, kun je terecht in het tijdschrift ‘Het Zonneheem’, Jaargang 30, nr. 2, een artikel van redactielid Raoul Masschelein.