De laatste kloosterlingen van de Augustijnenabdij te Zonnebeke

In 1794-1795 veroverde Frankrijk de Zuidelijke Nederlanden op de Oostenrijkers en vanaf eind 1795 werden de republikeinse Franse wetten ook in onze regio van kracht. Zo kwam ook de gevreesde wet van 1 september 1796 in voege inzake de afschaffing van alle geestelijke orden en congregaties, kloosters, abdijen, priorijen en kapittels van reguliere kanunniken. Al hun bezittingen werden ten voordele van de Staat verbeurd verklaard. Elke betrokken geestelijke mocht slechts zijn eigen roerende goederen opeisen die tot persoonlijk gebruik dienden. Alle roerende goederen die tot algemeen gebruik van de leden van die huizen behoorden, mochten onder deze leden worden verdeeld.

Op 4 februari 1797 werd de Zonnebeekse Augustijnenabdij afgeschaft en de kloosterlingen werden manu militari uit hun eeuwenoud verblijf verdreven. Enkele maanden nadien werd een publieke vendutie gehouden van alle roerende en onroerende bezittingen van de abdij. Alleen de abdijkerk met wat grond er rond (kerkhof) werd gespaard. De lasten hiervan moesten vanaf nu door de gemeente Zonnebeke worden gedragen. Kortrijkzaan Jean-Baptiste De Laveleye werd de nieuwe eigenaar van de abdij. Wat gebeurde er met de 17 Zonnebeekse kloosterlingen die hun abdij en Zonnebeke dienden te verlaten? Een overzicht:

Joannes-Baptiste Bossuyt:

Hij werd priester gewijd in 1752. Hij werd hulppriester te Zonnebeke, daarna onderpastoor te Oostnieuwkerke en in 1762 onderpastoor te Zonnebeke. In 1778 werd hij pastoor te Zonnebeke. In 1784 nam hij ontslag. Na de dood van abt Alipius Vanlerberghe en prior Albertus Petyt in 1794 werd hij voorzitter van de kloostergemeenschap in afwachting van een nieuwe abt en betere tijden. Dit gebeurde niet en hij overleed te Izegem in april 1797.

Guillielmus Claeyssens:

Hij werd geboren te Oostende als zoon van Jacobus en Joanna Gryspeere. Hij overleed op 5 juni 1797 te Ieper in de ouderdom van 54 jaar.

Albinus Holvoet:

Joannes-Baptiste Holvoet werd te Gullegem geboren op 5 juni 1732 als zoon van Pieter en Marie-Agnes de Mets. Hij werd priester gewijd in 1754. Tijdens de Beloken tijd (tijd van kerkvervolging en verboden eredienst tussen 1797 en 1801) leefde hij ondergedoken bij zijn oom E. H. Petrus-Joannes Holvoet, die na het Concordaat van 1801 (het vredesverdrag tussen Napoleon en de paus) pastoor werd te Ooigem. Albinus overleed te Kortrijk 8 februari 1800.

Melchior Larmuseau:

Hij werd als Joannes-Baptista geboren te Dadizele in het gezin van Mechior, een gerechts-schrijver, en Isabella Clarisse. Hij werd priester gewijd in 1760. In 1764 was hij hulppriester te Zonnebeke, later onderpastoor te Oostnieuwkerke (een patronaatkerk van de abdij). Hij overleed te Gent op 7 februari 1804. Hij was 68 jaar oud. Hij was de broer van kanunnik F. Larmuseau, prior in de abdij van Voormezele tot 1797.

Augustinus van Wambeke:

Hij werd subdiaken gewijd in 1782 maar werd nooit priester. In 1795-1797 verbleef hij bij de paters Alexianen te Gent. Hij stierf in 1803 of 1804 maar zou voordien zijn uitgetreden.

Floridus Du Fort:

Hij werd geboren te Moorsele als Frans-Bernard. Hij werd diaken in 1751. In 1763 werd hij hulppriester te Zonnebeke en korte tijd later onderpastoor. In 1764 werd hij pastoor te Oostnieuwkerke en bleef het tot 1802. Hij overleed in 1805.

……… Amerlinck:

Hij staat vermeld (zonder specificatie, zelfs geen voornaam) in de abdij in 1797. Hij is overleden tussen 1806 en 1809.

Benedictus Loot:

Als Dyonisius geboren te Nieuwpoort, werd hij subdiaken gewijd in 1767. Hij overleed te Emelgem op 28 november 1813 in de ouderdom van 71 jaar.

Ambrosius de Ceuninck:

Als Joannes-Baptiste geboren te Hooglede in 1740. Hij werd diaken gewijd in 1767. Hij overleed op 12 juni 1817

Prosper Frison:

Hij werd diaken gewijd in 1767. In 1797 staat hij vermeld als “dispensier” (schatbewaarder) van de abdij. Waar hij heen trok na 1797 en waar en wanneer hij stierf is niet gekend.

Gregorius Oosterlinck:

Als Petrus werd hij geboren te Tielt in 1757. Hij werd priester gewijd in 1787 en was onderpastoor te Zonnebeke van 1792 tot 1797. Na de Franse Periode werd hij onderpastoor te Zwevegem en daarna nog twee jaar te Avelgem. Hij overleed er op 9 januari 1814. Tijdens de Beloken tijd leefde hij ondergedoken bij advocaat van Zandtvoorde te Tielt.

Josephus Fattou:

Hij werd geboren te Izegem op 30 september 1754 als zoon van Antonius en Anna De Laere. Hij werd priester gewijd in 1784 en werd in hetzelfde jaar onderpastoor te Zonnebeke tot 1792. Toen werd hij pastoor te Zonnebeke tot 1812. In de Beloken tijd hield hij zich schuil op de gemeente. In 1812 diende hij ontslag te nemen omdat hij ‘stevenist’ (een scheuring binnen de kerk tengevolge van de Franse Revolutie) was geworden. Opgejaagd als wild stierf hij in een boerenschuur te Geluwe op 20 februari 1817. Stiekem werd hij op het kerkhof te Zonnebeke begraven maar in ongewijde grond.

Ubaldus Van de Putte:

Hij werd te Izegem geboren als Joannes-Baptista op 9 februari 1758 als zoon van Petrus en Joanna-Maria Nuttens. Hij werd geprofest op 16 februari 1783 en priester gewijd in 1784. Na het Concordaat werd hij in 1802 onderpastoor te Wielsbeke en in 1808 te Deerlijk. Hij stierf er op 31 oktober 1819.

Felix Van de Maele:

Zij wereldlijke voornaam was Joannes. Hij werd priester gewijd in 1787. Tijdens het Franse bestuur werd hij veroordeeld tot ballingschap op het Franse eiland Rhé of Oléron. Hij leefde vanaf dan ondergedoken bij zijn broer in Tielt. Hij overleed op 61-jarige leeftijd te Tielt op 4 augustus 1822.

Patricius Nuytens:

Joannes-Fransiscus (zijn echte voornaam) werd geboren te Ingelmunster. Na het Concordaat was hij een tijdje proost te Slijps-Kapelle en daarna 20 jaar “matricularius” (kosterfunctie) te Menen. Hij overleed er op 64-jarige leeftijd op 16 juli 1826.

Petrus-Eugenius Verhaeghe:

Hij werd geboren te Zuidschote op 7 april 1764 als zoon van Pieter-François en Pulcheria Van den Brielen. Hij werd geprofest op 7 oktober 1792 en priester gewijd op 20 februari 1796. Na de Beloken tijd verbleef hij 7 jaar te Belle als “matricularius”. Op 15 november 1809 werd hij onderpastoor te Poelkapelle, op 20 maart 1811 te Oekene en hij werd pastoor te Bissegem op 19 mei 1818. Hij bleef er ruim 20 jaar en overleed te Roeselare in de leeftijd van 79 jaar op 29 oktober 1843.

Antonius Desmadryl:

Hij werd geboren te Elverdinge in 1767. Hij werd subdiaken in 1792. Na het Concordaat in 1801 werd hij onderpastoor te Zonnebeke en op 5 oktober 1812 werd hij dienstdoende pastoor na het ontslag van pastoor Josephus Fattou. Op 23 februari 1813 werd Jacobus Mahieu de nieuwe pastoor van Zonnebeke en Antonius werd opnieuw onderpastoor. In juni 1818 werd hij pastoor te Bikschote en medio 1823 te Lampernisse. Eind 1824 werd hij tot pastoor benoemd te Bekegem. Hij bleef er pastoor tot 1840 en overleed er op 2 november 1849.