Dopen en begrafenissen van vluchtelingen te Beselare in 1794

In het doopregister en in het register van de begrafenissen van de kerk van Beselare bemerken we voor het jaar 1794 11 dopen en 17 begrafenissen van mensen die niet in Beselare woonden maar wel in Geluveld, Geluwe, Wervik of Komen. Dit lijkt iets heel merkwaardigs, maar niet als we er de geschiedenisboeken naast leggen. 1794 is het jaar dat de Fransen bij ons binnenvallen, de Oostenrijkers verslaan en ons annexeren bij Frankrijk. Het was het gewelddadige begin van een trieste periode van ruim 20 jaar met kerkvervolging, talloze hervormingen, nieuwe wetten, conscriptie (dienstplicht bij loting), afschaffing van de heerlijkheden, zware belastingen en nog veel meer plagerijen en vernederingen.

De talrijke ‘vreemde’ inschrijvingen van dopen en begrafenissen in de parochieregisters van Beselare wijst er op (hoewel niet expliciet vermeld in de geschiedenis) dat de inval van de Fransen, gepaard gaande met plunderingen en folteringen, voor de lokale bevolking vluchten en zich verschuilen betekende. Zo kunnen wij ook lezen in het boek van E. Huys: “Geschiedenis van Geluwe”, 2de uitgave, blz. 143 dat: “…zelfs de pastoor van Geluwe met andere priesters van den omtrek verscholen zaten in de Becelaersche bosschen”.

In de parochieregisters staat bij iedere van die 11 dopen en die 17 begrafenissen dan ook letterlijk vermeld “occasione belli”, wat wil zeggen: “wegens de oorlog”.

In de parochieregisters vonden we:

  • De 11 doopakten betroffen drie kinderen afkomstig van Komen, vier van Geluwe, drie van Geluveld en één van Wervik.
  • Vijf van deze kinderen zijn elders (in de normale woonplaats) geboren maar wel te Beselare gedoopt. Daarbij was driemaal de geboortedatum dezelfde als de datum van de doop te Beselare. Wat een heksentoer om de dag van de geboorte met de pas geborene nog ongeveer 3 à 10 km op stap te moeten naar een vreemde kerk! Tweemaal was er een tussenperiode van minstens zeven weken tussen de geboorte (in de woonplaats) en de doop te Beselare.
  • Twee kinderen geboren te Komen en één te Geluveld worden te Beselare gedoopt en krijgen een peter en een meter van Beselare. Voor het kind uit Geluveld kan dit ‘normaal’ zijn, voor de andere gevallen lijkt het er op dat de ouders inderhaast hebben moeten improviseren of dat de pastoor van Beselare beroep deed op buren of vrienden.
  • Bij de overlijdensakten bemerken we dat 10 akten mensen betreffen die overleden zijn te Geluwe, twee te Geluveld, één te Komen en één te Wervik, maar alle begraven te Beselare. In slechts drie gevallen is de ‘vluchteling’ gestorven EN begraven te Beselare. In die tijd was begraven binnen de twee dagen de regel. Men zou kunnen veronderstellen dat in deze periode misschien geen eredienst meer mogelijk was te Geluwe wegens geen priesters en dat daarom de begrafenissen te Beselare plaats vonden, maar waarom dan te Beselare en niet in het meer nabije Menen of Wervik?

Ter wille van de belangstellenden in genealogie geven wij hierna nog een beknopte inhoud van de akten die betrekking hebben op inwoners van Geluveld:

  • 3 juni te Beselare geboren en gedoopt, Rosalia Knockaert, dochter van Ignaas en Anna Catharina Vuylsteke, beide van Geluveld. Peter en meter: Petrus Stragier en Anastatia Vincentia Vercaemer, beide van Beselare.
  • 17 juni te Beselare geboren en gedoopt, Maria Anna Pattyn, dochter van Gaspar en Dorothea Vanhee, beide van Geluveld. Peter en meter: Petrus Jaak Vanhee en Maria Catharina Pattyn.
  • 20 juni te Beselare geboren en gedoopt, Feliciam Hallaert, dochter van Jan Baptist en Barbara Denut, beide van Geluveld, Peter en meter: Jan Baptist Meersseman en Emilie Lamarand, beide van Geluveld.
  • Op 17 juni is te Geluveld overleden, Philip-Jaak Cnockaert, oud 63 jaar, zoon van Jaak en Maria Catharina (familienaam onleesbaar), weduwnaar van Maria Jacoba Nut, wonende te Geluveld.
  • Op 12 juli is te Geluveld overleden, Maria Theresia Decroix, oud 46 jaar, dochter van Salamomis en Maria Theresia Cnockaert, weduwe van Philip Jaak Dornez. Begraven te Beselare de 15 juli.

Opmerkelijk is wel dat alle dopen en begrafenissen van Geluveldse inwoners in de kerk van Beselare zich concentreren in de periode juni-juli 1794. Dit is niet het geval voor de betrokken inwoners van Geluwe, Komen en Wervik. Zou dit toch kunnen te maken hebben met een tijdelijke onmogelijkheid om in Geluveld kerkdiensten te verzorgen?