Gaan 'dienen' voor Sint-Brigida te Beselare

Gaan ‘dienen’ was een regelmatige en veel beoefende godsdienstige geplogenheid in vroegere jaren (sinds de jaren '60 heeft het veel van zijn charme verloren). Aan heel wat heiligen werden bijzondere genezingskrachten toegemeten of ze werden als beschermheiligen aangezien voor alles en nog wat. Zo kennen we St.-Cornelius te Passendale, aanbeden voor kinder- en veeziekten, St.-Jan te Kachtem voor stuipen, St.-Appolonia te Slijps voor tandpijn, de heilige “Margriete” te Geluveld voor reuma en St.-Blasius te Moorslede voor huidziekten. In veel gemeenten was er zelfs een (beroeps)bedevaarder die voor andere personen, in hun opdracht en tegen betaling, te bedevaart ging zoals Jules Claeys te Passendale.

In Beselare werd sinds mensenheugenis de H. Vincentius aangeroepen tegen besmettelijke ziekten, verzweringen en verwondingen bij de mensen. De plaatselijke boeren waren het al een tijdje beu steeds naar de kerk van Oostnieuwkerke, naar de H. Brigida van Ierland, beschermster van stal en neerhof, te moeten trekken, als er iets haperde met de beesten. Daarom drongen zij aan bij de plaatselijke geestelijkheid om de H. Brigida ook in Beselare te kunnen vereren. Het bestuur van de Boerinnenbond trad op als tolk naar de geestelijkheid onder de belofte het beeld te bekostigen. De aanvraag werd door bisschop Lamiroy in 1938 gunstig onthaald en hij schonk Beselare een relikwie. Het beeld van de heilige werd gemaakt in het huis Dupont in Brugge. De plechtige wijding van het beeld gebeurde op woensdag 2 februari 1938 onder aanwezigheid van alle boeren- en boerinnengilden uit het ronde.

Daar de feestdag van de H. Brigida zo dicht volgde op die van de H. Vincentius werd besloten beide heiligen in een adem te vieren van Vincentiusdag (22 januari) over Brigidadag (1 februari) naar OLV.-Lichtmis (2 februari). Er werd een ommegang opgericht rond de kerk, waarbij beide heiligen evenveel eer werd aangedaan. Men maakte drie kapelletjes met taferelen uit het leven van de H. Vincentius en evenveel voor de H. Brigida. De taferelen werden geschilderd door een retoricastudent uit Menen. Door de firma Cosaert-Decraene uit Roeselare werd een devotieprent gedrukt. Bij het afbeelden van de heilige werd de (traditionele) iconografische vergissing begaan door Sint-Brigida van Ierland af te beelden met vlammend hart in de linkerhand, hetgeen een iconografisch attribuut is van de Zweedse H. Birgitta. Verder staat zij afgebeeld met de abdisstaf in de rechterhand en een sluier en een krans om het hoofd. Zij bevindt zich op een weide midden twee koeien, een schaap en een varken. Bovenaan de prent prijkt de tekst: “ Zegen vee en akkerwerk en sluit ons vast aan God en Kerk”. Dezelfde prent staat ook afgedrukt op de affiche die de bedevaart aankondigt.

Op Brigidamaandag is er een plechtige mis met sermoen om 9.00u. Na de mis doet men de ommegang bij de kapellen. Op andere dagen is de mis om 08.00u. Bedevaarders moeten driemaal rond de kerk stappen en de litanie van beide heiligen bidden. Er zijn prenten, gebeden voor de ommegang en kaarsen te koop in de doopkapel. Men kan er zich ook inschrijven in de aloude confrérie.

Aan beide beelden in de kerk hingen vroeger een twintigtal ex-voto’s (paardjes, koetjes, pluimvee, beentjes, handjes, kindjes en tandjes) in was. Blijkens die ex-voto’s heerste heel wat verwarring onder de gelovigen (ze zagen door het bos de bomen niet meer); men vond beentjes en tandjes bij de H. Brigida en pluimvee bij de H. Vincentius.