Geneeskunde in vroegere tijden

Chirurgische ingrepen waren enkele eeuwen terug bijna altijd een sprong in het duister. Hoe hoger de sociale positie van de patiënt, hoe kleiner het hartje van de chirurgijn die op een goede afloop hoopte.

Ter illustratie een anekdote die zich afspeelde in het laatste kwart van de 17de eeuw.

Lodewijk XIV de Franse Zonnekoning, had last van fistels of kanaalvormige zweren aan de anus. Toen een vaker voorkomende kwaal, mogelijks door het vele paardrijden. Alle toen gekende middeltjes probeerde men, niets hielp. Restte alleen nog een operatie om die zweren open te snijden, het aangetaste vlees te verwijderen en hopen dat alles goed genas. Verdoving en antibiotica waren toen onbestaande, u kunt zich inbeelden wat voor onderneming dit was. Na eliminatie van een flink aantal charlatans die zich aanboden, koos Zijne Hoogheid voor een zekere Charles-François Tassy om de operatie uit te voeren. Hij was een gerenommeerd chirurgijn maar had nog nooit een dergelijke ingreep gedaan. Charles-François had het werkterrein echter grondig bestudeerd en zelfs speciale instrumenten laten maken om de klus te klaren. Oefening baart kunst en daarom werden 75 (!) fistellijders uit hospitalen en gevangenissen gehaald opdat Charles-François de ingreep voldoende zou kunnen oefenen! Hoe het met die sukkelaars afgelopen is weten we niet, maar de operatie aan de koninklijke anus duurde drie uur en lukte perfect. Als blijk van koninklijke waardering kreeg Charles-François Tassy een kleine twee maand na de succesvolle ingreep een landgoed en een grote som geld,  zijn broodje was gebakken. Een fisteloperatie werd populair en hovelingen en edelen van allerlei pluimage stonden in de rij met al dan niet ingebeelde fistelproblemen.

Dit speelde zich af in Frankrijk, maar hoe het er in die tijd in onze gemeenten aan toe ging leest u in het artikel over de Belgische geneeskunde vóór 1830 dat verscheen in ons tweede Zonneheem van 2017.