Het Polderkasteel te Geluveld

Op de wijk Polderhoek (ook Poezelhoek genoemd) te Geluveld werd kort na 1850 een kasteel gebouwd. Het was een mooi kasteeltje, met veel Italiaanse architecturale invloeden, talrijke loggia’s, typisch zuiderse dakhellingen met overkragende dakranden en gietijzeren ornamenten. Een grote vierkante toren overheerste het geheel. Het gebouw was gelegen op het hoogste punt van de omgeving en bood dan ook een mooi uitzicht. Het lag in een prachtig park met enkele vijvers. Het geheel was 30 ha groot. Door het domein vloeide de Reutelbeek. Het kasteel werd door de plaatselijke bevolking ook “Bloemenkasteel” genoemd omwille van de vele mooie tuinen.

Het kasteel werd opgetrokken door Ivo de Laveleye, een Parijse grondeigenaar en handelaar. Deze familie had reeds talrijke eigendommen in de streek, onder andere de Augustijnenabdij van Zonnebeke, die zij had opgekocht in 1797 nadat ze tijdens de Franse overheersing werd aangeslagen ten voordele van de Franse republiek. Het kasteel fungeerde eigenlijk als zomerverblijf voor de talrijke familieleden de Laveleye. In de tweede helft van de 19e eeuw woonde hier Jules de Laveleye, zoon van Ivo. Hij was geruime tijd de Vlaams liberale burgemeester van Geluveld tot hij stierf in 1890. Tegen de eeuwwisseling werd het kasteel verkocht aan Octaaf Eugène de Landas uit Kortrijk, bestendig afgevaardigde van de provincie. Hij was gehuwd met Mariette Vandewalle. Ook zij beschouwden het als hun buitenverblijf. Jules Tytgat als toeziener en Henri Oudendycke als hovenier werkten permanent in loondienst bij de Landas maar ook Gustaaf Librecht, Isidoor Goudeseune en August Verhellen werkten er seizoensgebonden als houthakker en jachtwachter.

Gedurende de Eerste Wereldoorlog lag het kasteel vier jaar lang midden in de frontlinie. In oktober 1914 werd het kasteel hoofdkwartier van de 21e Engelse infanteriebrigade. De toren deed dienst als uitkijkpost. Op 1 november werd het Polderhoekasteel ingenomen door de Duitse 245e en 248e reserve-infanterieregimenten (RIR). In het park werden overvloedig bunkers en schuilplaatsen gebouwd. Door het hoge grondwater was het moeilijk die droog te houden. Het kasteel en zijn schuilplaatsen werden tussen 1915 en 1917 gebruikt als hoofdkwartier van de artilleriecommandant van de divisie Moorsele, die de sector tussen Bellewaardevijver en Hill 60 bezet hield.

In juni 1917 werd het kasteel en park volledig in puin geschoten. Het kasteelpark lag nu volop in de frontlijn. Er werd hevig gevochten voor de inname van de bunkers, met weinig resultaat. In het natte najaar werd het park in een zee van modder herschapen.

Na de oorlog was van het prachtig domein niets meer overgebleven. Het domein werd in landbouwgrond omgezet en verkocht aan de families Bruno Durnez uit Geluveld, Sierens uit Wingene en Léonie Keingiaert de Gheluvelt uit Geluveld. De oorlogsschade voor het kasteel werd door de familie de Landas geschonken aan de wijk Slijps-Kapelle voor de bouw van een kerk. Octaaf de Landas stierf kinderloos na een slepende ziekte in 1924 te Kortrijk.