Het zegel van de abdij van Zonnebeke

Zegels waren in de middeleeuwen zeer belangrijk. Een zegel is een merkteken van een bepaalde persoon of instelling, gewoonlijk aangebracht in was of metaal door middel van een matrijs of zegelstempel. Een zegel drukte eigendom of autoriteit uit en werd voornamelijk gebruikt om documenten te waarmerken, er de rechtsgeldigheid en echtheid van te garanderen door ze als autentiek te ‘bestempelen’.

De autenticiteit van een zegel was zo belangrijk dat de bezitter van een zegel alle voorzorgen nam om frauduleus gebruik ervan te vermijden. Daarom werd elke wijziging aan een zegel of elk nieuw zegel publiek kenbaar gemaakt. Dit gebeurde ook te Zonnebeke in 1306 naar aanleiding van het (eerste) zegel van de abdij met volgende officiële tekst:

Onder het bestuur van abt Hugo in 1306 wordt een nieuw zegel voor de abdij in gebruik genomen. Het vertoont de beeltenis van de Heilige Maagd, neergezeten met het Goddelijk Kind op haar schoot, in haar rechterhand de lelie dragend. Het randschrift luidt: “SIGILLUM CONVENTUS BEATE MARIE DE SINNEBEKA." Het zegel werd bezorgd door Nicolaus van Diksmuide en Joannes Lupus, de oudste priester-kloosterlingen der abdij met volgende proclamatie: “Daar wij reeds sedert lang over geen eigen zegel van ons klooster beschikken en daar het niet eerlijk en treffelijk is, noch volgens onze wil of begeerte langer zonder eigen zegel van ons klooster te blijven, laten wij weten aan alle tegenwoordigen en toekomenden dat wij eensgezind, met toestemming, op advies en volgens de wil van de Eerwaarde Heer Abt en ook met toestemming en wil van ons allen en van ieder in ’t bijzonder uit ’t klooster, een zegel van ons klooster hebben doen maken”.

In 1952 vond Gullegemnaar Leo Ponseele de zegelmatrijs van de abdij bij toeval bij een oude voddenkoopman te Harelbeke. Het is een matrijs van ovale vorm, zoals bijna alle zegels van abdijen en geestelijke personen in die tijd. Ze meet 44,5 mm op 78 mm, een gebruikelijke maat. Ze vertoont in beeltenis de Heilige Maagd, neergezeten met het Goddelijk Kind op haar schoot, dat in de linkerhand een boekje houdt en zijn rechterhand zegenend opheft. De Lieve Vrouw heeft een gestileerde lelie in haar rechterhand. Links en rechts van Onze-Lieve-Vrouw staan twee draken evenals twee broodjes liggend op de bank naast haar en een rundskop waarop de H. Maagd haar voeten zet. Naast Onze-Lieve-Vrouw zijn aan weerszijden een monogram zichtbaar. Langs de achterkant is er een rib met een gaatje in, waarin vroeger de ketting bevestigd was waaraan het tegenzegel hing, dat verloren is gegaan.

In het tijdschrift “Annales de la Société d’Archéologie” n° 3, 1893, blz. 479-480 lezen we dat die zegelmatrijs enkele jaren eerder was gevonden op een veld in de gemeente Bangor in Wales (Engeland)!?

In tegenstelling tot de officiële tekst naar aanleiding van het nieuwe zegel in 1306 (zie boven) gewaagt Leo Ponseele van twee eerdere zegels van de abdij van Zonnebeke. Er bestond reeds een zegel in 1200 en in 1272 werd eveneens een nieuw zegel aangemaakt, aldus Ponseele. Die voorgaande zegels hadden veel gelijkenis met het zegel van 1306.