Inhaling van de nieuwe pastoor E. H. Henricus Ghyselen te Zonnebeke

De 65 jaar geworden pastoor E. H. Desiderius Vandeweghe, sinds 9 juli 1895 parochieherder van de O.-L.-Vrouwkerk te Zonnebeke, had eervol ontslag gevraagd en gekregen op 16 mei 1907. De bisschop van Brugge, Mgr. Gustaaf Waffelaert, benoemde kort daarop E. H. Henricus Ghyselen als nieuwe pastoor. Hij was 53 jaar oud, geboren te Oeren en voorheen leraar te Diksmuide, onderpastoor in Sint-Salvator te Brugge en zeven jaar pastoor te Kerkhove.

Op dinsdag 11 juni werd hij plechtig ingehaald. Van ’s morgens vroeg luidden de klokken terwijl de mannen van de burgerwacht onophoudend hun kanonnen lieten bulderen. De hemel beloofde veel licht, zon, kleur, hitte en zweet. De vlaggen wapperden op de kerktoren, de straten waren versierd, de dorpelingen liepen in hun zondagse pak en de herbergiers hadden extra vaatjes bier voorzien.

Halverwege de voormiddag kwam het open rijtuig met Z. E. H. Deken Debrouwer en de nieuwe pastoor aan bij de grens tussen Ieper en Zonnebeke. Ze werden er opgewacht door schaapherder Verbeke uit de Elleboogstraat. Zijn hoed en schapen waren met papieren rozen versierd. De schaper blokkeerde de weg en las al bevend een boodschap voor:

"Eerwaarde Herder blijft wat staan
voor een herder langs de baan
die ook als gij moet schapen weiden,
en langs goede banen leiden.
Geleid ze langs de hemelbaan,
En mocht er nooit geeneen vergaan!”

Daarop joegen de honden de schapen langs weerszijden van de weg en de huldestoet, voorafgegaan van de ruiters van de Frezenberg, trok richting Zonnebeke. Aan de Frezenberg was een eerste grote triomfboog neergepoot. De inwoners van de wijk vormden een erewacht. Aan de Brieke stond een nieuwe poort met welkomstgroet. De katholieke fanfare verwelkomde er de herder met de “Brabançonne”. Begeleid door vrolijke marsmuziek stapte iedereen nu verder tot aan het bejaardenhuis Sint-Joseph bij de Voerman. In de kapel gingen de priesters zich verkleden in de liturgische gewaden. Een meisje kwam de kerksleutels aanbieden, burgemeester August Vandenbulcke sprak een welkomstwoord uit namens het gemeentebestuur en Emiel Pil namens de schoolkinderen. Daarop zette de stoet zich in beweging richting centrum. Talrijke groepen en wagens stapten op en alle deelnemers hadden een grote inspanning geleverd om hun bedrijf of vereniging van haar beste zijde te laten zien.

De orde van de stoet:

  1. De ruiters van de Frezenberg.
  2. De leden van de veloclub met versierde fietsen. Voorzitter Jules Devos maakte van de gelegenheid gebruik om zijn nieuwe fietsen “Herstal” aan te bevelen.
  3. De harmonie Iweins onder leiding van onderwijzer Emeric Stamper.
  4. De wagen van werktuigkundige Henri Hoflack. Op de wagen stond een locomobiel (een duivel) te fluiten, te roken, vuur te spuwen en te stinken. De wagen kon moeilijk een bocht nemen en daarom moesten bij elke straathoek Hoflack’s knechten bijspringen om het logge stel in de goede richting te duwen.
  5. De leden van de paardenverzekering “ De Eendracht” stapten met hun versierde paarden op in rijen van vier.
  6. De boerenwagen van Henri Devos van de Frezenberg. Met de vlegel werd duchtig gedorsen en een wanmolen blies grote wolken stof en kaf in de hagen toeschouwers.
  7. De wagen van boer Kamiel Dierickx van de Fortuinhoek stampvol landbouwalaam.
  8. De schutters van de Sint-Sebastiaansgilde met boog en pijlenkoker op de rug.
  9. De wagen van Camiel Callens van de Westhoek bracht de uitbeelding van vier stielen: barbier, bakker, spinster en speldenwerkster. De pannenkoeken vlogen in het rond.
  10. De wagen van de vinkeniers. De gevederde zangertjes gaven zo’n lament dat de mannen niet meer wisten waar streepjes trekken.
  11. De geitenbond had haar acht mooiste geiten, getooid met prijslinten en medailles, op een wagen geposteerd.
  12. De drie pijpengilden van de Frezenberg, de Brieke en “Den Hast” (herberg in de Langemarkstraat) hadden de handen in elkaar geslagen voor een dampende wagen.
  13. Op de duivenwagen zaten voorzitter Severin Cakebeke en enkele duivenmelkers te keuren, te stoefen, te wedden en te drinken om ter meest.
  14. Directeur Jozef Pil stelde op een wagen vol machines zijn melkerij voor. Fijne waterstralen bekoelden de toeschouwers.
  15. De ziekengilde “Broedermin” paradeerde met haar nieuwe vlag.
  16. Op de ‘bacchus-wagen’ van brouwerij “La Diane” stond een heuse brouwketel. Twee werknemers van mijnheer Comyn’s brouwerij stonden er in te roeren.
  17. Een bloemenwagen van hofbouwers en bijentelers. Emiel Dobbelaere en Louis Rousserez hadden er een prachtig prieel van gemaakt vol levende bloemen.
  18. Op de hoogste wagen, deze van de Frezenberg, stond een miniatuurwindmolen. Voortdurend werd graan gemalen en het stuivende meel maakte iedereen en alles wit. Charles-Louis Ghekiere leidde alles toch in goede banen.
  19. De katholieke fanfare onder leiding van Ernest Wenes leidde het religieuze gedeelte van de stoet in.
  20. Een groep kinderen gekleed als herder en herderinnetje.
  21. Een kleurrijke groep maagden.
  22. De engelbewaarders met hun troetelkinderen van de bewaarschool.
  23. Een nieuwe gekostumeerde groep van O.-L.-Vrouw ter Engelen.
  24. Sint-Jan met zijn schaapjes.
  25. De H. Henricus (de patroonheilige van de nieuwe pastoor) met edelknapen.
  26. De hemelwagen versierd met duizend rozen en maagdekens die zwaaiden met palmtakken en zongen voor de nieuwe herder.
  27. De nieuwe pastoor met getuigen, genodigden en familie.

De stoet bereikte de dorpsplaats rond 11.45u. De wagen van de ‘Ateliers Verfaillie’ reed niet meer mee. De achteras had het begeven onder de zware afromers en de talrijke werknemers.

De aanstellingsceremonie in de prachtig versierde kerk duurde tot 13.00u. Daarna trok de stoet van prominenten, geestelijken, familie en genodigden naar het klooster voor een banket. Hier dankte de ontroerde pastoor uitvoerig voor het schitterende feest en hij spaarde zijn lof niet aan het adres van notaris Parret, provincieraadslid en voorzitter van het feestcomité. Daarna deden de pastoor en zijn gevolg nog een rondgang door de straten om de feestversiering, de praalbogen van dennengroen en de opschriften boven de huisdeuren te bewonderen. Het leukste opschrift vond hij wellicht in de Statiestraat. Het luidde als volgt:

“In ’t zwijntje bij Quinten Henri,
verkoopt men saucissen en bouillie,
hij is getrouwd met Devos Amelie,
eet en slaapt er by!”

Begeleid door de twee muziekkorpsen volgde ’s avonds nog een fakkeltocht en de dag werd besloten met een spetterend vuurwerk. Nooit eerder had men te Zonnebeke zoveel volk samen gezien en er werd nergens gevochten of geruzied. De cafébazen wreven zich ’s avonds voldaan in de handen.

Ook de armen werden niet vergeten, want na een dankmis de volgende morgen liet de nieuwe pastoor een ‘brooddeel’ bedelen aan de kerkdeur.