Kindermoord te Beselare?

Op 9 september 1897 huwde Henri-Franciscus Soete uit Beselare te Zonnebeke met Emma Maria Gekiere uit Zonnebeke. Hij was de zoon van Petrus Soete en Rosalia Vanhaverbeke en was op dat ogenblik 43 jaar oud. Hij was landbouwer op de ouderlijke hoeve (zijn ouders waren toen al overleden). Hij boerde op ’t Groot Hof’ ook wel ‘t Hof van Becelaere’ genoemd tussen de Keiberg en de Kortrijkdreef. De hoeve van 51 gemeten groot (+/- 22,5 ha) was het neerhof van het vroegere kasteel van de markiezen Van der Woestine en nog gedeeltelijk omwald. De Gentse familie Joseph Dons-Stalens was eigenaar van de hoeve. Sinds 11 jaar was Henri Soete schepen van de gemeente Beselare voor de katholieke partij. Emma Gekiere was eveneens boerendochter van Bruno Gekiere en Marie Dobbels links op de laatste hofstede van de gemeente Zonnebeke, langs de baan Roeselare-Ieper, voorbij de Frezenberg. Emma was 31 jaar oud toen ze huwde en haar beide ouders waren toen ook al overleden. Alles van onberispelijke reputatie en geen vuiltje aan de lucht zou men denken, maar….

In november 1897 beviel Emma van een doodgeboren kind van het mannelijke geslacht of betrof het een miskraam? Weinig later kwamen de tongen los te Beselare. Na de zondagsmissen werd Emma het gespreksonderwerp van de koffieslurpende boerinnen en andere roddeltantes in de keukens van de dorpswinkels. Stel u voor: de katholieke schepen was pas enkele weken getrouwd en zijn vrouw beviel en daarenboven, was het allemaal zuiver op de graat? Effectief, medio februari 1898 werd door de rechtbank van Ieper een aanhoudingsbevel uitgevaardigd tegen Emma Gekiere. Ze werd beschuldigd van kindermoord. Dit wekte nog meer opschudding in Beselare en Zonnebeke en er werd nu niet meer achter de hand gefluisterd maar de wildste verhalen deden vanaf nu de ronde. De lokale politiek had er een ‘vette’ kluif aan en zelfs de regionale weekbladen van diverse strekking wijdden er maar al te graag een column aan.

Het onderzoek verliep blijkbaar in razendsnel tempo want reeds op 5 mei 1898 werd Emma Gekiere voorgeleid voor het assisenhof te Brugge. Het proces vond plaats achter gesloten deuren. De aanklacht luidde als volgt: “Emma Gekiere, echtgenoote Henri Soete, van Becelaere, wordt beticht haar pas geboren kind gedood te hebben om aan haren man te verbergen dat zij zwanger was op het oogenblik van haar huwelijk met hem”. De familie Soete-Gekiere had de gerenommeerde advocaten meester Begerem uit Ieper en meester Fredericq uit Gent onder de arm genomen om Emma te verdedigen. Op zaterdag 7 mei viel het verdict. Ze werd vrijgesproken.

Het schokkende voorval heeft blijkbaar weinig schade toegebracht aan de politieke carrière van Henri Soete want tot aan zijn dood te Beselare op 24 augustus 1920 bleef hij gedurende 34 jaar schepen van de gemeente. Het gezin kreeg nog twee zonen, Gerard-Jozef in 1900 en Polydor-Hubert in 1904. Emma Gekiere overleed op 53-jarige leeftijd te Beselare op 24 augustus 1920.

In “Biekorf” jg. 19, 1908, verscheen een gedicht van de Westvlaamse priester-dichter Julius Valckenaere (1866-1930), onder de schuilnaam “Horand” over ’t Hof van Becelaere. Deze dichter was laatst woonachtig te Sint-Idesbald (Koksijde) en was daarnaast schrijver en volkskundige. Hij leverde veel bijdragen voor “Biekorf” tussen 1895 en 1928. Hij was ook nauw betrokken bij de allereerste opgravingen naar de Duinenabdij te Koksijde in 1897. Het stukje poëzie met betrekking tot deze historische hoeve luidde als volgt:

’ T Hof van Becelaere

In ’t heimelijk beluik van beuk en eikendreven,
hier, rond uw eenzaam graf, omvijverd en omwald,
Uw eedle naam* mij allentheen in de ooren schalt,
O! doodgezwegen oord, dooraamd van vroeger leven.

Vergruisd is ’t oude slot, verslijkt de breede grachten,
het machtig Opperhof, tot nederhof nu strekt,
wat mager gers en riet zijn schrale lanken dekt,
en, ‘k hoor het treurgezang van die het vee daar wachten!

Ach! mocht er nietmedal uw ijdelheid bewaren?
Noch staak, noch steen, noch wapenschild komt ’t mij verklaren;
de onsterfelijke eikendreef spreekt mij alleen nog aan,
en voert mij onbewust naar de eeuwenoude kerk,
daar vind ik toch uw schild die edelt kelk en zerk
God dank, dat eik en kerk door de eeuwen blijven staan.

* Van der Woestine