Loonsvijver

Langs de Moorsledestraat, komende van Broodseinde en rijdend in de richting van Moorslede, komt men in het diepste van het dal, aan de linkerzijde het restaurant en tearoom “Loonsvijver” tegen.Waar komt die naam “Loonsvijver” eigenlijk vandaan ?

Om de betekenis van deze toponiem (plaatsnaam) te achterhalen dienen we een heel stuk in de tijd terug te keren, namelijk tot vóór het jaar 1525.

In die tijd lag er in de Zuid-Westhoek van de parochie Passendale, dicht tegenaan de keiberg, een leen welke “'tHof van Passendale” noemde. ’t Hof van Passendale was een leen welke afhing van het centrale leenhof van de kasselrij van Ieper met name de Zaele van Ieper. Dat leen was tevens een heerlijkheid en men noemde deze heerlijkheid destijds “de Heerlichede van den hove van Passchendaele”. Het was 150 gemeten groot (ongeveer 68 ha groot), het was behuisd en beplant. Het bezat een opperhof en een neerhof, water (vijver), meersen, bossen, winnende (ontgonnen of ontbosd) en onwinnende land. Deze heerlijkheid had verschillende achterlenen en strekte zich uit over meerdere niet aan elkaar palende perselen, gelegen binnen de parochies Passendale en verder verspreid over de parochies Moorslede, Zonnebeke en Rumbeke.

De heerlijke en erfelijke renten die jaarlijks aan het leenhof van de Zaele van Ieper dienden betaald te worden bedroegen, 50 ponden, 18 schellingen en zes penningen. Daarboven diende men 60 en een halve havot (Ieperse havermaat) haver, 35 en een halve kapoenen (gekastreerde hanen) en 268 hennen en 12 ganzen te betalen.

In deze heerlijkheid was er ook een vierschaar aanwezig, waar recht gesproken werd. De heer van deze heerlijkheid was Lonis van den Kercstede. In de “haardentelling” van West-Ieper-Ambacht vinden we hem als eerste op de lijst terug, wat betekent dat hij op de toenmalige sociale Passendaalse ladder het hoogst in rang genoteerd stond. Na 1525 is deze heerlijkheid dan overgegaan op Jan van der Poorte, heer van Moorslede.

Op de kaarten van het landboek van Passendale anno 1634 zien we duidelijk het hof van Passendale aangeduid. Tevens zien we dat er naast de gebouwen, zijnde het opperhof en het neerhof een zeer grote vijver aanwezig was. Ook zien we waar de galg was opgsteld. Deze verwijst ontegensprekelijk naar het feit dat er ook een vierschaar aanwezig was waar recht gesproken werd. Deze stond ongeveer op het hoogste punt, zijnde het kruispunt van de huidige Zuidstraat met de Nieuwmolenstraat. Deze laatste liep naar de “Nieuwmeullen”, eveneens aangeduid op de kaart.

Wanneer de bewoners van de heerlijkheid en omstreken het destijds zullen gehad hebben over deze vijver, dan zal er zeker gesproken zijn over de vijver toebehorende aan Lonis van den Kerckstede, of kortweg Lonis’ zijn vijver. Later zal de naam dan Loonsvijver geworden zijn.

Loonsvijver is dus ook een gedeeltelijke patroniem verwijzend naar de voornaam van Lonis van den Kerckstede welke destijds heer van deze heerlijkheid van den hove van Passendale was.