Schuttersgilde St. Sebastiaan bestaat 575 jaar

In 1428 vroeg Olivier Van der Woestine, Heer van Beselare, aan Filips de Goede, hertog van Bourgondië de toelating om in zijn heerlijkheid Beselare een schuttersgilde te mogen oprichten. Gezien zijn goede relaties met de hertog als ridder-raadsheer aan het hof kreeg hij hiervoor toestemming via een keure op 3 mei 1428. De tekst van de keure is bewaard gebleven dankzij de goede zorgen van Ferdinand Bayart, gedurende 58 jaar hoofdman van de schuttersgilde en tevens burgemeester van Beselare van 1836 tot 1886.

Het eerste doel van de schuttersgilde was krijgsmannen te oefenen ten dienste van de leenheer. Zij moesten kunnen ingezet worden bij oorlog of oproer. De heer van Beselare zorgde voor de uniformen, vrijstelling van belasting voor de (maximaal 40) leden, de toestemming om na de avondklok nog op straat te komen en andere privilegies. In ruil stelden de schutters zich volledig te dienste van de heer. Vanaf het midden van de 16e eeuw verloor de schuttersgilde haar militair karakter door de opkomst van het buskruit en het recreatieve aspect kreeg het hoofdaccent. De schuttersgilde had ook een uitgesproken religieuze dimensie (patroonheilige, sacramentsprocessies, ommegangen...) en een ornamentfunctie (ontvangst hoge gasten, optochten en stoeten).

Filip Van der Woestine kocht in 1669 de voorname herberg ‘’t Hof van ’t Schaeck’ (waar tot voor enkele decennia de herberg ‘In Japan’ in de Wervikstraat was). De gilde mocht de herberg inrichten naar eigen goeddunken als lokaal. Vele jaren was Ambrosius D’Hoorn uitbater van het lokaal en tevens bestuurslid van de gilde. De ‘gaaiperse’ stond achter de herberg langs ‘den eerdewegh leedende vande doelen van de gulde van St.-Sebastiaan naer d’ hofstede vanden heer van Roncq’.

Barones Madeleine-Françoise de Troisbrèze schonk in 1674 een kostbaar Sint-Sebastiaansbeeld aan de gilde. Net vóór de Eerste Wereldoorlog stond het beeld in de kerk, hoog langs een zuil in de middenbeuk, achteraan langs de mannenkant. In 1765 kreeg de gilde van markies François Van der Woestine een uitzonderlijk mooi zijden vaandel. Dit vaandel evenals het St.-Sebastiaansbeeld en alle gildezilver gingen verloren in de oorlog.

Na de oorlog, in 1922 reeds, slaagden bakker Oscar Carrein, Marcel Cardoen, Theofiel Durnez en Hector Noppe er in, ondanks het zware labeur van de wederopbouw, de schuttersgilde her op te starten als allereerste in de frontstreek. Het nieuwe lokaal werd ‘In de Vrede’ in de Dadizelestraat en de perse werd heropgebouwd in de meers naast de herberg, op de pestels van de vooroorlogse Stenenmolen. Jozef Bayart was de hoofdman tot aan zijn dood in 1925. Marcel Cardoen volgde hem op.

In 1947 en 1953 werd de perse bijna totaal vernield in hevige stormen. Het was telkens bedreigend voor het voortbestaan van de gilde want de perse is het kostbaarste bezit. Gelukkig werden telkens helpende handen uitgestoken, vooral door de familie Bayart.

Tot 1980 beleefde de St.-Sebastiaansgilde een hoogconjunctuur. De inplanting van de nieuwe sociale woonwijk achter de Nieuwstraat, het bijhorend tennisterrein en een speelplein dicht bij de staande wip werden rampzalig voor de schutters. Bij de schietingen sneuvelden tientallen pijlen op de harde grond en de schutters raakten ontmoedigd en haakten de één na de andere af. De gilde stierf een stille dood. Hans Van Bockstael werd de laatste koning van de gilde.

Eind de jaren '80 nam dezelfde Hans Van Bockstael het heft in handen om de schuttersgilde nieuw leven in te blazen. Samen met zijn vriend Dirk Lesage en André Vanbelle is hij er in geslaagd een nieuw succesrijk hoofdstuk te breien aan de rijke geschiedenis van de gilde. De nieuwe uitstekende accommodatie ‘De Kortekeer’ werd ondertussen in gebruik genomen en het accent werd verlegd naar de jeugd(opleiding). Zo is de toekomst meteen verzekerd.

Van 1 mei tot 3 mei 2003 is de schuttersgilde in feest voor het 575-jarig bestaan en de 50-jarige titel van Koninklijk. Te die gelegenheid wordt een speciaal kunstbord uitgegeven. In het OC Gelevelt loopt tezelfdertijd een tentoonstelling over sierborden en het huidig rijke gildebezit en -archief.

De Zonnebeekse Heemvrienden konden dit spraakmakend jubileum van één der oudste verenigingen van Vlaanderen niet zomaar laten voorbijgaan. Daarom werd het nr. 1 van jaargang 32 van hun tijdschrift ‘Zonneheem’ volledig aan de geschiedenis van de bloeiende schuttersgilde gewijd.

Wij wensen de Sint-Sebastiaansgilde Beselare een schitterend feest en ad multos annos.