Zonnebekenaar sneuvelt als soldaat van Napoleon

Petrus Jacobus Masschelein werd geboren te Zonnebeke op 26 oktober 1780 als tweede zoon van brouwer Fransiscus Alphonsus Masschelein en Joanna Theresia Haeghedoorne. Hij woonde met zijn ouders op de Broodseinde, rechts richting Passendale, in de herberg “de Brootseinde”. Bij de herberg-boerderij hoorde ook een brouwerij door zijn grootvader Alexander Jacobus Masschelein opgericht in 1773.

Vader Fransiscus Alphonsus Masschelein was ook de bouwheer van de windmolen op de Broodseinde in 1799. Het was een gesloten staakmolen met drie zolders gecatalogeerd als koorn- en oliemolen in de hoogste klasse van zijn soort. Het was dan ook de grootste van de zes bestaande molens op Zonnebeeks grondgebied. De oudste zoon van het gezin, Alexander Fransiscus werd de eerste molenaar op Broodseinde. Tijdens het Frans bewind van 1795 tot 1815 werd Fransiscus Alphonsus burgemeester (maire of agent municipal) van Zonnebeke vanaf februari 1798. In een schrijven van commissaris De Surmont, gericht aan het bestuur van het Leiedepartement, werd hij omschreven als uitgesproken fanatieker en vriend van de priesters. Er wordt ook gesteld dat hij gevaarlijk was door zijn invloed. Ondanks hij ‘slecht’ aangeschreven stond bij de hogere overheid bleef hij aan, waarschijnlijk bij gebrek aan echt fransgezinde kandidaten. Eind maart 1799 werd ene Jean Baptiste Van Heule agent municipal maar vanaf 6 augustus 1800 tot eind februari 1802 is het opnieuw Fransiscus Alphonsus Masschelein die optreedt als “maire de Zonnebeke”.

Ondertussen had de Franse bezetter Vlaanderen opgezadeld met een totaal nieuw bestuurlijk stelsel, een pak anti-religieuze maatregelen, een nieuwe rechtspraak, nieuwe zware belastingen en een nieuwe republikeinse kalender. De algemene misnoegdheid van onze bevolking bereikte haar hoogtepunt bij de invoering van de militaire dienstplicht. Op 24 september 1798 werd in onze streek de eerste lichting soldaten opgeroepen. Die verplichte dienstplicht leidde tot een volksopstand, gekend onder de naam “Boerenkrijg” maar door de Fransen bloedig neergeslagen.

Het zal vermoedelijk in de periode geweest zijn dat vader ‘maire’ was, dat Petrus Jacobus Masschelein zich moest laten inschrijven op de lijsten van de militaire dienstplicht (de gehate conscriptie). Vele jongelingen onttrokken zich aan die verplichting en gingen ondergedoken leven of vluchtten weg naar veiliger oorden. Voor Petrus Jacobus was er geen ontkomen aan. Daarenboven had hij pech bij de loting en zo werd hij voor ettelijke jaren soldaat-fusilier bij het 55e Infanterieregiment met stamnummer 2.219. In de teruggevonden overlijdensakte van Petrus Jacobus lezen we dat hij geboren werd op 13 februari 1781. Zou hij bewust een latere geboortedatum hebben opgegeven aan de Franse militaire overheid om zo nog een jaar langer te kunnen ontsnappen aan de conscriptie?

Als soldaat van Napoleon heeft Petrus Jacobus Masschelein een lange tocht gemaakt dwars door Europa en aldus heel wat ellende meegemaakt. Napoleon raakte overal in Europa slaags met de andere mogendheden. Zo leren wij uit regimentsverslagen dat het 55e Infanterieregiment in 1805 deelnam aan de slag bij Austerlitz (Tsjechië). In februari 1807 was het regiment weer van de partij in de slag van Eylau (Rusland). Heel waarschijnlijk heeft Petrus Jacobus aan die veldslagen deelgenomen. Heel zeker was hij er bij in Spanje want op 29 mei 1809 sneuvelde hij er op één van de slagvelden. De officiële overlijdensakte werd opgesteld op 29 november 1813 door de militaire administratieve raad te Duinkerke en aan de gemeentelijke overheid van Zonnebeke overgemaakt.