's Graventafel, niet zo maar een gehucht!

’s Graventafel is een wijk, voorheen een leengoed, aan de noordwestgrens van Passendale met Langemark. Ook de grens met Zonnebeke ligt in vogelvlucht niet veraf (aan de Nieuwebeek). De wijk ligt ongeveer 3 km ten zuidwesten van het centrum van Passendale pal op de Midden-West-Vlaamse heuvelrug en geconcentreerd rond het kruispunt van de ’s Graventafelstraat en de Schipstraat. De Schipstraat was tot 1850 de voornaamste verbindingsweg tussen Langemark en Zonnebeke via Broodseinde. Tot aan de Eerste Wereldoorlog was “s’ Graventafel” ook de naam van de enige herberg op de wijk.

De wijk en haar naam bestaat zeer lang. De oudste schriftelijke vermelding van 1576 luidt: “ Upt straetkin dat loopt van sgraven tafele naer becelaere…”. Over dezelfde straat richting Langemark lezen we in een document van enkele jaren later: “…t’straetgen loopende van s’ graventafel naer den steenacker meulen”. De naam wordt geschreven op alle mogelijke wijzen, even vaak in één of in twee woorden. Vanaf 1921 lezen we altijd ’s Graventafel. In een  oud document van 1774 lezen we ook: “ …langhemarcq, zuijt waert naer Cruus boomen ofte Schraventafel”. Dit zou kunnen wijzen op een zeker belang van de wijk qua bewoning en als herkenningspunt in het uitgestrekte bosgebied. Vanaf de 13e eeuw werden op belangrijke kruispunten houten kruisen opgericht als grenspalen tussen parochies (toen was nog geen sprake van gemeenten).

Een legende vertelt dat in de 14e eeuw op ‘s Graventafel in het bos een kasteel stond. Boudewijn VII, graaf van Vlaanderen van 1111 tot 1119 en bijgenaamd Boudewijn Hapkin of Boudewijn met de Bijl, zou er gewoond hebben. Op zekere nacht zonk het kasteeltje helemaal weg in de zompige grond en het werd nooit meer teruggevonden. Het gaat om het ongeveer 2 ha grote Teerlingbos, gelegen achter de Oude Kaasmakerij waarin vandaag nog altijd een ronde wal is te zien. Het kasteel werd ook toegeschreven aan de Tempeliersorde en na het verdwijnen ervan kwam het bos en het verzonken kasteel veelvuldig voor in spook- en heksenverhalen. Feit is zeker dat niemand zich ’s avonds als het donker was met gerust gemoed in de omgeving waagde.  

Naast het mogelijk kasteel was ’s Graventafel ook gekend omwille van zijn molen. Langs de Schipstraat, ongeveer 200 m voorbij het kruispunt richting Langemark, stond rechts de ’s Graventafelmolen, later Viversmolen genoemd. Het was een houten staakmolen op teerlingen die zeker al bestond in 1710 en waarin graan werd gemalen en (een korte periode) olie werd geslagen. Bij de molen hoorde een bakkerij. De opeenvolgende eigenaars in de 19e eeuw waren Jeanne Claire Vanseghen uit Ieper, Franciscus Decoene uit Ieper, Théodore Dony-Van Dale, Bruno Spillebout uit Ieper en Camiel Vercruysse uit Kortrijk. Gekende molenaars-huurders waren Joannes Verfaillie, Joseph Baelde, Pierre Raekelboom en Frans Devoghel. In 1890 werd Evarist Vandevivere, een ongehuwde zoon van de Frezenbergmolen te Zonnebeke, er molenaar tot aan de oorlog. Op 21 oktober 1914 werd de molen door de Duitsers in brand gestoken en hij werd nooit meer heropgebouwd.

In een landboek (voorloper van de kadasterkaart) van 1634 zien we op het kruispunt van ’s Graventafel twee huizen op de noordwesthoek (kant huidig monument) en één op de zuidwesthoek dat vermoedelijk een herberg was. Vast staat dat in een bewaard gebleven inventaris van 1779 de herberg “’s Graventafel” met Pieter Versavel als uitbater op die plaats vermeld staat. Het is één van de oudste Passendaalse herbergen. Een weinig verder richting Ieper bij de grensbeek was er nog de herberg “’t Croontjen”, uitgebaat door Joannes Dewilde. Toen waren te Passendale slechts 13 herbergen waarvan vier gelegen langs de ’s Graventafelstraat. Dit onderlijnt het belang van die verbindingsweg tussen Ieper en Roeselare.

In 1902 hadden de pastoor van Passendale, E. H. Gustaaf De Jonckheere, en zuster Colomba (Florence Gezelle, de zuster van Guido Gezelle, kloosterzuster en onderwijzeres in de meisjesschool te Passendale) plannen gesmeed en de nodige fondsen verzameld voor een wijkschooltje op ’s Graventafel. Het is er niet gekomen want Z. E. H. Gustaaf Waffelaert, bisschop van Brugge, weigerde mee te spelen in de waanideeën van de pastoor en de non.

Wereldberoemd (spijtig genoeg) werd ’s Graventafel tijdens en na de Eerste Wereldoorlog. Op 20 oktober 1914 viel het gehucht in Duitse handen. Na zware gevechten konden de Fransen op 26 oktober tot op de hoogte terug keren. De openingsdagen van de Tweede Slag bij Ieper op 22 en 23 april 1915 zijn gekend onder de naam “Battle of Graventafel Ridge”. Op 4 mei kwam de wijk enkele kilometers achter de voorste Duitse loopgraven te liggen tot de nazomer van 1917. In 1916 maakten de Duitsers hun beruchte ‘Stellungen’. Een Stellung was een verdedigingslijn van drie rijen bunkers op gelijke afstand van elkaar en in dambordpatroon aangelegd. Zo lagen soms tot vijf dergelijke ‘Stellungen’ parallel van noord naar zuid achter elkaar. Dwarsstellingen, ‘Riegels’ genoemd, verbonden de ‘Stellungen’ met elkaar. ’s Graventafel lag op de ‘Mittelriegel’ tussen de Wilhelm- en de Flandern I-Stellung.

Op 31 juli 1917 begon de grootste geallieerde poging uit de hele oorlog om het front in Vlaanderen te doorbreken en we kregen de Slag van Passendale. Op 4 oktober 1917 slaagde het Australian (vanuit Zonnebeke) and New-Zealand (vanaf de baan Langemark-Zonnebeke) Army Corps (ANZAC) in een doorbraakpoging tot aan Broodseinde en het Rozeveld enerzijds en de Ravebeek anderzijds. De Duitse bunkers werden één voor één langs achter aangevallen met handgranaten. Het was voor de geallieerden de meest succesvolle dag van de Passendaleslag. De ontnuchtering kwam vrij snel want op 9 en 12 oktober zorgden nieuwe aanvallen van de Duitsers voor een ongeziene catastrofe. 12 oktober werd de grootste militaire tragedie uit de geschiedenis van Nieuw-Zeeland. Die dag verloor de natie meer dan 2.800 soldaten in vier uur tijd in de moddervallei van de Ravebeek. Na die slag werden de Nieuw-Zeelanders aan het front afgelost door de Canadezen die uiteindelijk, na eveneens zware verliezen, Passendaledorp konden veroveren op 10 november.

Op 1 augustus 1924 werd op de noordoosthoek van het ’s Graventafelkruispunt een monument ingehuldigd als blijvende herinnering aan de deelname van de Nieuw-Zeelanders aan de Slag van Passendale. Het monument is identiek aan het gedenkteken voor de Nieuw-Zeelandse divisie in het ‘New Zealand Memorial Park’ te Mesen. Het is een hoge zuil op een tweedelige sokkel. De zuil is vierkant maar versmalt naar boven toe. Alles is uitgevoerd in wit natuursteen. Op de zuil wordt alleen verwezen naar de succesvolle aanval van 4 oktober 1917. Er wordt geen gewag gemaakt van de desastreus verlopen gevechten van 9 en 12 oktober. Op Tyne Cot Cemetery worden in een speciale apsis achteraan de begraafplaats alle vermiste Nieuw-Zeelanders van 1917 bij naam herdacht.