Het leven in Zonnebeke werd eeuwenlang gedomineerd door de aanwezigheid van twee abdijen: de Augustijnenabdij in het centrum en het Nonnebosschen vrouwenklooster. Beide kloosters werden verwoest door de geuzen omstreeks 1580. Enkel het mannenklooster werd terug opgebouwd. Tijdens de Franse Bezetting werd de abdij verbeurd verklaard.
Beselare was van 1418 tot aan de Franse Bezetting een markizaat onder de familie Van de Woestine. Een stuk Passendale (Goudberg) maakte deel uit van de beruchte veldslag van Westrozebeke in 1382.
Geluveld en Zandvoorde moeten het stellen met een minder “roemrijk” verleden. Hard labeur op het veld of lange werkdagen tijdens het “seizoen” in Frankrijk proberen de inwoners de eindjes aan elkaar te knopen, een situatie die grotendeels onveranderd bleef tot begin van de jaren zestig.
De Eerste Wereldoorlog bracht een ware schokgolf teweeg in de Westhoek. Onze gemeenten maakten deel uit van de Ypres Salient, de Ieperboog. Hier lieten honderdduizenden jongen mensen het leven in een oorlog waar de vooruitgang uitgedrukt werd in meter ipv in kilometer. Na de oorlog was het hele gebied één grote puinhoop.
De gevolgen van de Tweede Wereldoorlog waren voor onze streek minder dramatisch.