Wilsverklaring inzake euthanasie

Scroll naar

In België is euthanasie geregeld in de wet van 28 mei 2002. Euthanasie wordt erkend als het recht van iedere zieke om te kiezen voor het leven of de dood, voor zover hij zich bevindt in de omstandigheden bepaald in de wet.

Wilsverklaring

Je kunt jouw wil over het levenseinde en jouw eventuele weigering van medische zorg uidtrukken in een zogenaamde wilsverklaring, voor het geval je niet meer in staat bent om jouw wil duidelijk kenbaar te maken, bijvoorbeeld door een coma.

In een wilsverklaring kan een nog wilsbekwame patiënt expliciet verzoeken om bij hem euthanasie toe te passen. Een wilsverklaring is geldig als ze is:

  • Opgesteld volgens een wettelijk voorgeschreven modelformulier.
  • Opgesteld of bevestigd minder dan vijf jaar voor het begin van de wilsonbekwaamheid van de patiënt.
  • Opgesteld in het bijzijn van twee meerderjarige getuigen waarvan er minstens één geen materieel voordeel heeft bij het overlijden.

De wilsverklaring kan ook één of meer vertrouwenspersonen aanwijzen die als het zover is, de behandelende arts op de hoogte brengen van de wil an de patiënt. Ook de vertrouwenspersonen moeten het formulier ondertekenen.

De patiënt kan zijn wilsverklaring op elk moment intrekken of aanpassen. Hoe dan ook wordt de wilsverklaring pas in de praktijk gebracht als de patiënt lijdt aan een ernstige en ongeneeslijke aandoening die het gevolg is van een ongeval of ziekte, als hij niet bij bewustzijn is en als zijn toestand wordt beoordeeld als onomkeerbaar.

Download het typeformulier voor een wilsverklaring.

Uitdrukkelijk verzoek om euthanasie

Buiten deze wilsverklaring om is euthanasie alleen mogelijk op uitdrukkelijk verzoek van een patiënt die nog in staat is om zijn wil om te sterven uit te drukken.

Dat verzoek moet schriftelijk worden vastgelegd en het moet gedateerd en getekend zijn. Als de patiënt het verzoek niet zelf kan opstellen (bijvoorbeeld omdat hij verlamd is), dan kan een derde dat voor hem doen in het bijzijn van een arts.

Plichten van de arts

De wet geeft het recht op het verzoek om euthanasie, niet op euthanasie zelf: een arts is dus niet verplicht om euthanasie uit te voeren. Het is de verantwoordelijkheid van de patiënt om een arts te vinden die op zijn verzoek ingaat. Voor hij euthanasie kan uitvoeren op een patiënt, moet de arts:

  • De patiënt inlichten over zijn gezondheidstoestand en levensverwachting.
  • Met de patiënt de behandelingsmogelijkheden bespreken en samen met hem overeenstemming bereiken dat er geen andere redelijke oplossing is voor zijn situatie.
  • Er zich van gewissen dat het lijden blijvend is en dat het verzoek het lijden te beëindigen herhaald wordt.
  • Een andere arts raadplegen over het ernstige en ongeneeslijke karakter van de aandoening en hem erover informeren.
  • Het verzoek bespreken met de naasten van de patiënt en, indien van toepassing, met het verpleegteam dat regelmatig contact heeft met de patiënt.
  • Zich ervan verzekeren dat de patiënt de kans heeft gehad om te overleggen met de mensen die hij wilde ontmoeten.
  • Een maand laten verstrijken tussen het schriftelijk verzoek van de patiënt en de uitvoering van de euthanasie.
  • Een medisch dossier aanleggen.

De arts is aansprakelijk bij euthanasie. De Controle- en Evaluatiecommissie onderzoekt of de euthanasie is uitgevoerd volgens de wettelijke voorwaarden. Is dat niet het geval, dan kan zij het dossier overmaken aan het gerecht.

Voorwaarden

  • De patiënt is op het moment van het verzoek meerderjarig (of ontvoogd minderjarig).
  • De patiënt is op het moment van het verzoek handelingsbekwaam.
  • Het geschreven verzoek is vrijwillig, overwogen en herhaald.
  • Het verzoek is niet tot stand gekomen als gevolg van externe druk.
  • De patiënt bevindt zich in een medisch uitzichtloze situatie.
  • Het lichamelijke en/of psychische lijden is aanhoudend en ondraaglijk en kan niet worden verzacht.
  • De toestand van de patiënt is te wijten aan een ernstige en ongeneeslijke, door ongeval of ziekte veroorzaakte aandoening.