Abdij van Zonnebeke oefende bijzondere aantrekkingskracht uit op Frans-Vlaanderen in de 17e eeuw

De Sint-Augustinusabdij te Zonnebeke was slechts bemand door 10 tot 12 paters tijdens de 17e eeuw, ondanks de bloeiperiode ingezet door de krachtige leiding van abt Carolus de Boisot na de beeldenstorm (1566) en haar nasleep (30 jaar terugtrekking in de refuge te Ieper). Ze was geen rijke abdij gezien de ontzaglijke kosten van de wederopbouw na de verwoesting door de Geuzen en dit zal dan ook wel de reden zijn waarom menig kloosterling de abdij verliet om een herderlijke functie uit te oefenen in een van de kerken waarover de abdij patronaatsrecht had (Beselare, Langemark, Roeselare tot 1635, Oostnieuwkerke, Westkapelle, Watervliet, Middelburg…). Toch zien we in de archiefstukken van de abdij, berustend in het Grootseminarie te Brugge, dat zij een speciale aantrekkingskracht had op Frans-Vlaanderen (toen nog behorend bij de Zuidelijke Nederlanden, maar quasi voortdurend betwist gebied), niet alleen omwille van bezittingen aldaar maar ook veel jongelingen uit die streek zochten hun heil als pater in de abdij van Zonnebeke.

Wij vonden de namen van:

  • Petrus Joannes (van) Clichthove: hij werd geboren te Hondschote. Hij trad in het klooster te Zonnebeke rond 1575, net voor de volledige verwoesting van de abdij in 1578. Hij werd pastoor van de parochie Zonnebeke in 1596 en overleed als oudste kloosterling op 14 maart 1621.
  • Guilielmus van Houcke: geboren in 1589 te Hazebrouck, trad hij in het klooster te Zonnebeke en werd er priester gewijd in 1613. Hij werd ontvanger van de abdij maar op 29 oktober 1914 werd hij tot pastoor benoemd te Oostnieuwkerke. Op 13 november 1617 werd hij pastoor te Watervliet. In 1636 werd hij door de Hollandse Calvenisten gevangen genomen. In 1639 werd hij vrijgelaten ten koste van een hoog losgeld. Daarop kreeg hij de opdracht om een nieuwe parochie te stichten te Lapscheure. Op 12 december 1640 keerde hij als pastoor terug naar Oostnieuwkerke. In november 1651 wordt hij vermeld als deken van Roeselare en op 9 juni 1652 werd hij als abt benoemd van de abdij te Zonnebeke, in opvolging van abt Bernardus de Hane. De 17e dag na zijn inhuldiging, op 27 juni 1652, overleed hij op 63-jarige leeftijd.
  • Hubertus Wicart: hij werd geboren te Rijsel, trad binnen in de abdij van Zonnebeke en werd geprofest rond 1608. In 1617 werd hij tot kapelaan en schoolmeester benoemd te Watervliet en ging zo mee met zijn collega Guilielmus van Houcke. In 1622 werd hij econoom van de abdij en in 1643 prior. Medio 1652 werd hij abt in opvolging van Guilielmus van Houcke. Na zes jaar prelatuur overleed hij op 5 december in de leeftijd van 69 jaar in de refuge te Ieper.
  • Joannes Gonthier: hij was afkomstig van Rijsel. Hij werd kloosterling, priester, novicemeester en cantor in Augustijnenabdij. Hij overleed in de refuge te Ieper op 4 oktober 1658. Hij was 55 jaar geworden en werd begraven in het klooster van de Predikheren te Ieper.
  • Joseph Bubbe: hij werd geboren te Belle op 21 september 1613. Hij werd kloosterling te Zonnebeke op 7 mei 1634 en priester gewijd op 24 september 1644. Hij overleed op 11 januari 1656.
  • Augustinus Dever: hij werd geboren te Belle (Bailleul) op 1 november 1613. Hij werd pater te Zonnebeke op 7 mei 1634 en priester op 19 maart 1639. Hij werd pastoor te Zonnebeke in 1644, pastoor te Oostnieuwkerke in 1652 en prior van de abdij in 1671. Hij overleed op 25 november 1688 op 75 jaar.
  • Carolus de Swarte: hij werd geboren te Rijsel op 26 november 1615. Hij trad in de abdij te Zonnebeke en werd priester gewijd op 17 december 1639. Hij werd novicemeester en onderpastoor van de parochiekerk. Hij overleed op 1 januari 1647.
  • Melchior David: hij werd geboren te Hondschote en werd in 1649 geprofest in de abdij te Zonnebeke. Op 15 februari 1656 benoemde de abt hem tot parochiepastoor. Pas 30 jaar oud, werd hij in 1659 abt van de abdij, als opvolger van Hubertus Wicart. Hij overleed op 3 januari 1670 in de refuge te Ieper. Hij was 41 jaar oud.
  • Aquilinus Morynck: hij werd geboren te Sint-Winoksbergen (Bergues) in 1639. Hij werd geprofest in 1663 en priester in 1665. Op 33-jarige leeftijd overleed hij in de abdij op 3 april 1672.
  • Thomas Strynck, eveneens afkomstig van Sint-Winoksbergen, werd kloosterling in de abdij te Zonnebeke in 1663 en priester in 1664. Van 1669 tot 1672 was hij onderpastoor te Geluwe en daarna te Zonnebeke tot aan zijn overlijden op 7 augustus 1682. Ook hij werd pas 42 jaar oud.

Op het einde van de eeuw en in het begin van de volgende eeuw traden nog binnen in de abdij: Floridus Francke van Duinkerke (in 1692), Albinus Roevroy van Bailleul (in 1699), Alipius Vertomme van Bailleul (in 1705) en Ambrosius Coorne van Bailleul (in 1712).

Verschillende paters van de abdij werden in die periode pastoor van de Frans-Vlaamse parochie Steenwerck. Guilliaume Assent overleed er in 1670. Hij was er 12 jaar pastoor geweest. Felix de Vos, overleden in 1703, was voorheen negen jaar pastoor te Steenwerck en Jean-Baptiste de Vos was er pastoor van 1733 tot 1751, tot hij benoemd werd als abt in zijn thuisabdij te Zonnebeke.

Een derde van de onroerende goederen van de abdij lagen in Frans-Vlaanderen, in Bondues en vooral in Lincelles. Op het einde van de 18e eeuw (bij de inval van de Fransen) brachten de eigendommen in die regio jaarlijks 4.257 florijn aan tienden (huurgeld) op (21% van alle inkomsten van de abdij).