Beknopte historiek van de Augustijnenabdij te Zonnebeke

1072: via een oorkonde van bisschop Drogo van Terwaan en op verzoek van Fulpoldus, de heer van Rollegem, die hier zijn verblijf had, werd een kapittel gesticht van drie kanunniken (paters) verbonden aan de plaatselijke O.-L.-Vrouwkerk.

1087: het kapittel van Zonnebeke krijgt het patronaatsrecht op de kerk van Beselare. Patronaatsrecht betekent dat het kapittel aan de bisschop de te benoemen geestelijkheid mag voordragen en de opbrengsten van de kerk mag innen in ruil voor onderhoud van roerende en onroerende bezittingen van die kerk en zijn nevenactiviteiten (de dis, onderwijs…).

1093: het kapittel van Zonnebeke verwerft het patronaatsrecht op de Sint-Michielskerk te Roeselare en de kerk van Oostnieuwkerke.

1110: het kapittel wordt uitgebreid tot 7 kanunniken.

1112: Theobaldus van Rollegem, zoon van Fulpoldus, schenkt aan het kapittel een stuk grond bij de kerk om er een klooster op te bouwen.

1142: aanvankelijk waren de kanunniken seculiere of wereldlijke geestelijken die het soms niet al te nauw namen met celibaat- en armoederegels. In 1142 werd het kapittel omgevormd tot abdij, een regulier kapittel van geestelijken die in gemeenschap wilden samenleven volgens de ‘Regel van Augustinus’ zoals voorgehouden door de Orde van Arrouaise. De spirituele ‘Regel van Augustinus’ is gebaseerd op armoede en discipline.

Tussen 1143 en 1300 verwerft (schenkingen) de abdij honderden hectare onroerend goed van het noorden van Frankrijk tot aan de kust. Ongeveer de helft van Zonnebeke wordt eigendom van de abdij.

In 1200 ontstond een ernstig geschil tussen abt Frumaldus en de abdis Ava van de abdij van de Nonnebossen over de rechten op een stuk grond te Zonnebeke. De bisschop stelt de abdis in het gelijk.

In 1263 bekrachtigt Paus Urbanus IV de constituties, voorrechten en bezittingen van de abdij.

1306: abt Hugo laat een zegel maken voor de abdij. Het vertoont de beeltenis van de H. Maagd, neergezeten met het goddelijke Kind op haar schoot en in de rechterhand een lelie. Het randschrift luidt: “Sigillum conventus beate Marie de Sinnebeka”.

In 1342 koopt de abdij de heerlijkheid van Bourgogne rond de Hanebeek.

In 1354 koopt de abdij een ‘refuge’ of toevluchtshuis binnen de ‘veilige’stadswallen te Ieper in de Bollingstraat langs de vestingen.

In 1404 verwerft de abdij een pauselijke aflaatbul.

In 1432 zijn er grote moeilijkheden tussen abt Joannes Ladinoet en Olivier de la Wostyne, heer van Beselare, nopens de rechten op de Beselaarse heerlijkheid Salinas. De abt komt als winnaar uit een reeks processen.

In 1455 op paasdag 6 april brandt een deel van de abdij (het dormitorium) af. De oorzaak was de onvoorzichtige pater Malinus die in de slaapzaal zijn brandende kaars vergat te doven voor het slapen gaan.

In 1476 brak een nieuwe brand uit. Heel het bureau van de abt ging nu in de vlammen op.

In 1486 koopt de abdij de (wellicht) enige herberg en brouwerij te Zonnebeke, namelijk “Den Hert” net voor de “cloosterdreve”.

In 1536 was er een belangrijke kerkdiefstal te Zonnebeke. Ook belangrijke documenten van de abdij verdwenen uit het archief.

In 1549 spant Wouter van der Gracht, wereldlijke heer van Zonnebeke, een proces aan tegen abt Joannes Calin om de titel van Heer van Zonnebeke. Tussen de heerlijkheid en de abdij blijft de relatie meer dan een eeuw gespannen omwille van macht.

In 1566 en 1579 wordt de abdij overvallen en verwoest door ketters gespuis: de Beeldenstorm. De paters vluchten naar hun refuge te Ieper. De streek wordt voortdurend geteisterd door opstandelingen, het leger en epidemieën en ontvolkt.

In 1608 werd de adellijke Carolus de Boisot de nieuwe abt. Hij kwam van het vermaarde prioraat van Groenendaal. Met vastberaden hand liet hij de abdij en de kerk heropbouwen en ook de paters herwonnen zichzelf dankzij zijn uitzonderlijke leiderscapaciteiten. In 1609 kwamen de paters naar Zonnebeke terug en er braken betere tijden aan.

Door toedoen van abt Carolus de Boisot werd in 1633 de Aartsbroederschap van de Allerheiligste Rozenkrans opgericht. Deze Aartsbroederschap heeft lange jaren een voorname rol vervuld in het geestelijk parochiaal leven en veel mensen van buiten de parochie en veel leden van de adel waren er lid van. Zij financierde dan ook in belangrijke mate de inrichting van de nieuwe kerk en abdij.

In 1649 werd een school gebouwd op een gedeelte van het kerkhof te Zonnebeke.

In 1662 wordt het koor van de abdijkerk prachtig opgeknapt. Daarna worden ook de kloostergebouwen uitgebreid en voltooid.

In 1680 bezorgt abt Jacobus Piers een prachtig nieuw orgel, gemaakt door de befaamde Ieperse orgelbouwer Jan van Belle, aan de kerk

In 1698 kocht abt Jacobus Piers de heerlijke rechten af van de Heer van Rolleghem, Jozef-Karel-Franciscus de Trammecourt. Vanaf nu is de abt de enige Heer van Zonnebeke en bezitter van bijna het volledige grondgebied. In hetzelfde jaar, op 16 maart stort de toren van de kerk neer door een aardbeving.

Op 21 augustus 1717 kocht abt Patricius Holvoet de kleine heerlijkheid Clerxhove in Langemark.

Op 11 april 1757 bekwam abt Joannes-Baptiste De Vos voor hem en zijn opvolgers het voorrecht om de mijter te mogen dragen en de pontificale attributen (staf, ring…). Dit betekende een verheffing van de kerkelijke plechtigheden en de abatiale waardigheid.

In 1769 werd het koor van de abdijkerk heringericht om te passen bij de nieuw ontstane situatie, geschikt dus voor pontificale diensten.

Op 9 september 1794 sterft Alipius van Lerberghe, de laatste abt van de abdij, en twee dagen later prior Albertus-Joannes Petyt aan de ‘rode loop’.

In 1796 wordt de abdij afgeschaft door de Fransen die sinds 1 oktober 1795 onze gewesten overheersen. De kerk en de abdij worden verbeurd verklaard.

In 1797 worden de paters uit de abdij verdreven en de geconfisqueerde roerende en onroerende goederen van de abdij worden openbaar verkocht. De Franse industrieel Jean-Baptiste de Laveleye wordt de nieuwe eigenaar van de abdij en de omliggende gronden.

In het eerste kwart van de 19e eeuw wordt het abdijcomplex afgebroken behalve de kerk, de abtswoning en de abdijhoeve.

In 1834 verwerft de Ieperse adellijke familie Iweins het complex.

In 1914 worden de resten van de abdijgebouwen en de kerk vernield in de Eerste Wereldoorlog.

Zopas verscheen het boek “Het verhaal van de Zonnebeekse Augustijnenabdij, 1072-1796. Een bijdrage tot de Vlaamse Kloostergeschiedenis”. Het boek is het resultaat van het DOZA-project, de Digitale Ontsluiting van het Zonnebeeks Abdijarchief. Vier jaar werd gewerkt om de meer dan 2.000 documenten van het archief, opgeborgen in het Grootseminarie te Brugge, te bestuderen, te ‘hertalen’ en te digitaliseren. Vanuit de huiskamer krijgen we nu uiterst gemakkelijk toegang tot het voorheen zo besloten archief.

Zowel het boek als het Doza-project stonden onder de leiding van prof. dr. Paul Trio, oud-Zonnebekenaar en medeauteurs van de publicatie waren Marjan De Smet, die het Doza-project tot een goed einde bracht en Franky Bostyn, archivaris van het Memorial Museum Passchendaele 1917 te Zonnebeke. Het boek is thematisch opgebouwd en behandelt onder andere het dagelijkse leven in de abdij, haar verantwoordelijkheid in de zielzorg, het initiële onderricht te Zonnebeke, de positie van de abt als Heer van de heerlijkheid Zonnebeke, de materiële kant van het abdijbestaan, de bouwgeschiedenis van de abdij, …. Het boek draagt zo bij tot een nieuw inzicht over het functioneren van onze voorvaderen want de abdij had naast haar kerkelijk ook een belangrijke wereldlijke en juridische bevoegdheid.

Al die aspecten, opgefleurd met anekdotes en illustraties, worden samengebracht tot de geschiedenis van een abdij die in de loop van haar bestaan voorspoedige met minder riante periodes afwisselde tot de Fransen er in 1796 een einde aan maakten.

Het boek van 287 blz., in A4-formaat, met hardcover en stofwikkel, kan worden aangekocht door storting van €39,90 + eventueel €5 verzendingskosten op rekeningnummer 285-0570946-33 van De Zonnebeekse Heemvrienden. Info: dirk.ooghe@telenet.be of T 051 77 76 62.