Bommenwerper stort neer te Passendale

1 december 1943 (feestdag van Sint-Elooi, patroon van de boeren) begon zeer rustig in Passendale. Maar kort na de middag stond het dorp in rep en roer. Rond 13.20u stortte een Amerikaanse bommenwerper, type Boeing B17, van het US 8th Air Force, 1e Air Division, neer. Het vliegtuig was vermoedelijk getroffen boven het Duitse grondgebied, waarna het de formatie moest verlaten. Het zette koers richting veilige luchthaven in Groot-Brittannië maar slaagde er niet in deze te bereiken. Het vliegtuig cirkelde in grote kringen rond en maakte op- en neerwaartse bewegingen. Blijkbaar was het boven Passendale volledig stuurloos. Het sloeg ter pletter op de scheiding van een akker en een weiland van de boerderijen Petrus Ollivier en Gaston Vermeulen langs de huidige Wieltjesstraat, een zijstraat van de ’s Graventafelstraat. Ook het veld van landbouwer Jerôme Deleye uit de Paardebosstraat grensde aan de plaats van het ongeval. Het toestel boorde zich diep in de grond waarbij de brandstoftanks (het vliegtuig kon maximaal 10.500 l benzine opslaan in acht tanks) tot ontploffing kwamen. De B17 schoot in brand en werd tot schroot herleid. Brokstukken lagen verspreid tot 500 m in het ronde. Een afgebroken schroefblad was met grote snelheid dwars door de muur van de paardenstal van de hoeve Ollivier gevlogen. Gelukkig stonden de paarden niet op stal. De zonen van de hoeve verborgen het schroefblad in een waterput tot na de aftocht van de Duitsers.

Buurman Robert Depoorter kwam als eerste op de plaats van de ramp. Hij kreeg geen schijn van een kans om iets bruikbaar mee te graaien want quasi onmiddellijk stonden ook de Duitsers bij het wrak. Het toeval wilde dat in de nabije omgeving enkele dagen voordien twee Duitse vliegtuigen waren neer gekomen. Een Duitse jager was ter pletter gestort en een tweemotorig toestel moest noodgedwongen een noodlanding maken. Deze toestellen werden permanent bewaakt door de Duitsers.

Uit de eerste vaststellingen bleek geen enkel bemanningslid in het toestel aanwezig te zijn op het moment van de crash. Ze hadden blijkbaar met een parachute het vliegtuig kunnen verlaten. Later werd vernomen dat de drie bemanningsleden te Zarren zijn neergekomen. Ze werden er door verzetsman Vermander bij hem thuis in veiligheid gebracht. Vier dagen later konden ze door toedoen van een zekere Alfons Gesqiere uit Ieper naar Engeland vluchten. Er bevonden zich ook geen bommen meer aan boord van het vliegtuig zodat verondersteld werd dat de Boeing B17 op de terugweg was van een bommenraid of zijn bommen had afgeworpen toen het in nood verkeerde.

De 12-jarige zoon van Gaston Vermeulen, Jozef, had het luchtschouwspel gezien van op de speelplaats van de gemeentelijke jongensschool. Toen hij na de ontploffing een zwarte rookzuil zag was hij er van overtuigd dat de ouderlijke hoeve in brand stond. Samen met enkele burenjongens nam hij de vlucht naar huis. Ondertussen was het toestel al bewaakt door een Duitse Feldwebel.

In de volgende dagen probeerden de Duitsers de zware motoren van de bommenwerper uit de grond te halen. Dat is slechts gedeeltelijk gelukt. Alle wrakstukken werden 14 dagen later door de Duitsers weggehaald en naar het station van Passendale gebracht.