De familie Vandermarliere te Zandvoorde - door Raoul Masschelein +

“Vier generaties Vandermarliere herbergiers”.

In 1740 werd Jean-Baptiste Vandermarliere te Zandvoorde geboren, als zoon van Jean-Baptiste en Marie Vanbecelaere. Vlashandelaar Jean-Baptiste huwde te Roncq op 25 augustus 1769 met Angelique Gouzet (°Roncq-F 1749). In dat jaar werd er op Zandvoordeplatse, op de hoek van de huidige Zandvoordestraat en Zandvoordeplaats, een nieuwe herberg gebouwd. Het handelspand werd vergund door Thérèse-Bernandine van Volden, Dame van Zandvoorde. Het echtpaar Vandermarliere-Gouzet werd er uitbater en ze kregen tussen 1769 en 1783 acht kinderen.

In het jaar 1779 vaardigde keizerin Maria-Thérèsia van Oostenrijk (°1717+1780 ) een ordonnantie uit voor de telling van de brandewijnhuizen en herbergen in het Graafschap Vlaanderen. De herberg van waard Jean-Baptiste had toen nog geen uitgangbord boven de herbergdeur. Jean-Baptiste overleed te Zandvoorde op 12 december 1793, Angelique bleef verder bier tappen en werd later geholpen door zoon Fidèle-Amand. Zij overleed te Zandvoorde op 25 september 1812.

Zoon Fidèle-Amand (° Zandvoorde 1782 + 1840) huwde te Zandvoorde op 18 mei 1813 met Eugénie Lesage (° Geluveld 1783 + 1858 ). Ze werden de volgende uitbaters van de herberg die intussen de benaming “ Maison Communal “ had gekregen. Eugénie hield er tevens een kruidenierswinkeltje open. Hun zoon Fidèle-Amand (° Zandvoorde 1816) huwde te Geluveld op 16 november 1840 met Juliana Duthoo (° Geluveld 1814 ). Hun dochter Sophie-Marie , geboren in 1847, trok op 32-jarige leeftijd naar het Prinselijke Begijnhof  “ Ter Wijngaerde “ te Brugge en was er gedurende 22 jaar de trouwe dienstmeid van pastoor Henricus-Josephus Laumosnier (° Geluwe 1837 en zoon van Louis (° Geluwe 1798 ) en Cathérine van der Mersch (° Geluwe 1806)).  De voorouders van Louis Laumosnier , Ignace-Joseph (° Comines-France 1732 + Zandvoorde 1815 )- Marie D’Hellem (° Zandvoorde 1742 +1802 ) huwden te Zandvoorde en vestigden zich aldaar, alsook meerdere nakomelingen. De vrome families Laumosnier en Vandermarliere werden goed bevriend, vandaar de keuze van Sophie-Marie. Ze overleed te Brugge op 7 mei 1897, pastoor  Henricus-Josephus overleed er op 27 mei 1900.

Pierre-Joseph Vandermarliere (° Zandvoorde 1825 +1905), zoon van Fidèle-Amand en Eugénie Lesage werd de volgende generatie op herberg “Maison Communal”. Hij huwde te Geluwe op 25 oktober 1859 met Catharina Devos (°Comines 1837). Uit hun huwelijk werden er tussen 1860 en 1883 zestien (16!) kinderen geboren. Pierre-Joseph werd gemeenteraadslid in 1872 en schepen van 1874 tot 1903.

Zoon Emery (°Zandvoorde 8 mei 1871) huwde te Zandvoorde op 10 april 1901 met Hortence Gheysen (°Geluwe 1859). Zo werd het klavertje vier volledig van de uitbaters van deze herberg. Tabakshandelaar (= facteur) Emery werd gemeenteraadslid van 1900 tot 1912, secretaris van 1 juli 1912 tot 30 november 1934 en ontvanger van 25 januari 1915, ontslag op 29 september 1944. Tijdens Wereldoorlog I verbleef het echtpaar te Saint-Cyr, ten westen van Tours in Frankrijk.

Dit is een stukje van een uitgebreid artikel over ‘Vandermarliere te Zandvoorde’ door wijlen Raoul Masschelein. De volledige tekst verscheen in Het Zonneheem 4/2018, het tijdschrift van De Zonnebeekse Heemvrienden V.Z.W..