De slechte mare werd hem fataal

De familie Parret was in de 19e en begin de 20e eeuw één van de meest vooraanstaande families te Zonnebeke. Elias Parret, zoon van Albert en Catharina Steelant, geboren te Passendale in 1763, huwde in 1780 met Maria Cecilia Spriet, geboren te Langemark in 1754 en weduwe van Alois Savaage. Zij kwamen zich als landbouwers vestigen te Zonnebeke. Ze kregen drie kinderen. Dochter Rosalie verliet de gemeente maar hun twee zonen bleven te Zonnebeke wonen. Pierre-Jean (° Zonnebeke 04/09/1780) huwde op 8 januari 1805 met Marie-Thérèse Vermeersch (° Zonnebeke 02/04/1868), weduwe van François Baelen. Daarmee deed hij net als zijn vader, trouwen met een oudere weduwe. Hij werd ook landbouwer in de voetsporen van zijn vader. De veel jongere zoon, Ignatius (° Zonnebeke 1797), huwde rond 1840 met Catharina Decapmaker (° Voormezele 1806), een molenaarsdochter. Ignatius was handelaar en het paar ging wonen in de Roeselarestraat (nu nummer 9 van Godfried Stubbe-Delanghe). Catharina hield er winkel in ‘spellewerkgaren’ en ‘ellegoed’. Ignatius deed ‘goe zaken’ en was graag gezien want in de periode 1840-1850 was hij schepen te Zonnebeke. Het gezin kreeg vijf kinderen maar de oudste zoon werd doodgeboren en de daaropvolgende dochter Zoë overleed na 3 maand. De andere kinderen waren Emeric (° Zonnebeke 02/06/1845), Maria Pharilde (° Zonnebeke 27/09/1847) en Henri (° Zonnebeke 31/01/1851). De zonen Emeric en Henri waren slimme koppen en gezien het gezin er warmpjes in zat ondanks het voortijdige overlijden van vader Ignatius (+ Zonnebeke 06/11/1856) konden zij studeren. Henri deed zelfs universiteitsstudies.

Emeric werd op 26 januari 1869 benoemd als gemeenteontvanger en ontvanger van het armenbestuur, ‘den disch’genoemd, te Zonnebeke. Hij bleef ongehuwd en bleef wonen in de ouderlijke woning samen met zijn moeder Catharina die overleed op 24 november 1872 en zijn zuster Maria Pharilde die ook koos voor het vrijgezellenbestaan. Zij deed de ‘menage’ en runde verder de textiel- en garenwinkel.

Emeric was een voorbeeldige en stipte ambtenaar en volksvriend, lid van zeer veel maatschappijen en gilden. Hij was zacht van karakter, vriendelijk, edelmoedig en nederig. Hij zocht voortdurend om het lot van de armen te verzachten en daarom werd hij in 1898 ook medeoprichter en eerste ondervoorzitter van de lijfrentegilde “Help u zelven, zoo helpe u God”. De gilde telde door het vertrouwen dat hij uitstraalde na drie maand al 102 leden.

In de nacht van 12 op 13 januari 1899 zijn dieven binnengedrongen in de woning van Emeric en zijn zuster. Ze steelden kostbaar ellegoed maar vooral veel geld en juwelen. Maria Pharilde ontdekte ’s morgens als eerste de inbraak. Zij stormde naar de kamer van haar broer en deze werd in het tumult dat ontstond, door een beroerte getroffen. Hij was er erg aan toe. Zonder tot het bewustzijn te zijn teruggekeerd is hij op zaterdag 18 maart overleden. Bij de begrafenis op woensdag 22 maart kon men te Zonnebeke over de koppen lopen. Alle raadsleden van de kerk, de gemeente en den disch, alle welstellende ingezetenen, zowel landbouwers, zelfstandigen of werklieden, alle maatschappijen en gilden waar hij lid van was, veel arme en oude mensen die hij had geholpen waren op de uitvaartplechtigheid aanwezig. Hoofdonderwijzer Emiel Pil heeft namens de gemeenteraad, de dischraad en de lijfrentegilde een heel emotionele lijkrede uitgesproken op het kerkhof. Emeric werd enkele maanden later als ontvanger opgevolgd door Sylvain Van Walleghem.

De broer van Emeric, Henri, studeerde eerst voor onderwijzer. Daarna vatte hij de studies aan voor advocaat en hij specialiseerde zich daarna nog tot notaris. Hij huwde in 1888 met de 10 jaar jongere Octavie Casier uit Menen. Zij konden het huis naast de ouderlijke woning in de Roeselarestraat kopen en gingen er wonen. Het gezin kreeg drie dochters: Julia (° Zonnebeke 25/07/1889, Rachel (° Zonnebeke 20/07/1890) en Maria Charlotte (° Zonnebeke 22/07/1892). Deze laatste overleed op 28 september 1894. Henri Parret werd op 26 november 1879 benoemd als secretaris op de gemeente en op 7 november 1882 als plaatsvervangend vrederechter in het vredegerecht van het kanton Passendale. Op 18 oktober 1886 werd hij als notaris benoemd te Zonnebeke in opvolging van notaris D’Huvettere die in die hoedanigheid naar Ieper ging wonen. Op 27 mei 1888 werd hij verkozen als katholiek provincieraadslid voor het kanton Passendale. Hij volgde hiermee Moorsledenaar Alberic De Coussemaker op. Hij bleef het tot 21 augustus 1921. Hij werd herhaaldelijk voorzitter van de Militieraad te Passendale en Ieper en op 15 februari 1909 werd hij arrondissementele voorzitter van de Milieuraad. Het ambt van gemeentesecretaris gaf hij uit handen in 1912. Hoofdonderwijzer Emiel Pil volgde hem op. Ondertussen draaide ook het notariaat op volle toeren en rond 1892 werd het huis grondig verbouwd en opgetrokken onder een statig piramidedak.

Na de Eerste Wereldoorlog is notaris Henri Parret niet meer naar Zonnebeke teruggekeerd. Hij was ondertussen 70 jaar geworden en zijn twee dochters Julia en Rachel waren kort voor de oorlog gehuwd met twee broers Ostyn, brouwers in de Jozef II straat te Oostende. Henri en Octavie trokken in bij Julia en hij overleed te Oostende op 21 augustus 1921. Meteen het einde van een zeer notabele en gerespecteerde familie te Zonnebeke.