Fusie van onze gemeenten 'avant la lettre'

Op 1 januari 1977 werd de fusie van gemeenten van kracht in ons land. Hierdoor werden de gemeenten Beselare, Geluveld, Passendale, Zandvoorde en Zonnebeke samengevoegd tot de nieuwe fusiegemeente Zonnebeke. De fusies verliepen in de ene gemeente al vlotter dan in de andere. Het was een aanpassing, vooral voor de gemeenten die hun identiteit als het ware verloren in het grotere geheel. De bestuurlijke, administratieve en soms territoriale veranderingen werden niet in een handomdraai verteerd en er bleek ook heel wat mentaliteitsverschil te overbruggen tussen de inwoners van de diverse deelgemeenten. Gelukkig zijn de groeipijnen stilaan aan het wegebben.
Terwijl nu al gedacht wordt aan een nieuwe fusiegolf is het wellicht aardig om te weten dat de fusie van 1977 niet de eerste was in ons land. We kregen al een voorsmaakje tussen 1796 en 1800, tijdens de Franse Periode. Per decreet van 1 oktober 1795 werd de inlijving van de Zuidelijke Nederlanden en het Prinsbisdom Luik bij Frankrijk een feit. De Oostenrijkers die voorheen (sinds 1713) de dienst uitmaakten in onze regio (wat wel een voorspoedige periode betekende) werden in Jemappes (1792), Neerwinden (1793) en Flerus (1794) door de Fransen aangevallen en de eerste en de derde maal smadelijk verslagen. Hier eindigde de geschiedenis van het graafschap Vlaanderen en het Ancien Regime. Immers, we waren nu Fransen. Het invoeren van een nieuw (Frans) regime betekende:
  • Het creëren van nieuwe structuren en instellingen van bestuurlijke en gerechtelijke aard.
  • Het invoeren van de Franse wetgeving betreffende openbaar en kerkelijk leven en de invoering van de Franse taal.
  • Het vinden van zoveel mogelijk geld voor de republiek Frankrijk (= belastingen).
  • De rust herstellen en de medewerking verkrijgen van de bevolking.
De invoering van het nieuwe regime werd geleidelijk aan geïmplementeerd. Een onmiddellijke omschakeling zou een onoverzichtelijke chaos hebben gecreëerd. De eenzijdige annexatie betekende immers de opheffing van alle wetten en ‘coutumen’ van het Ancien Regime zoals daar waren: de tienden, de feodale rechten, de wetgeving op huwelijk en echtscheiding, tolheffing, het vigerende strafrecht, de organisatie van de burgerlijke stand, patentrecht, militaire dienstplicht en de grondbelasting.
 
Er werd in 1796 gestart met de bestuurlijke hervormingen. De Zuidelijke Nederlanden en het Prinsbisdom Luik werden ingedeeld in negen departementen waarvan de grenzen ongeveer samenvielen met die van de latere negen provincies. Het waren de departementen Leie, Schelde, Twee Neten, Neder Maas, Dijle, Jemappes, Samber-en-Maas, Ourthe en Twee Wouden. De departementen werden opgedeeld in kantons. Deze kantons waren de bestuurlijke en territoriale basiseenheden in de bestuursorganisatie. De zogenoemde rurale kantons waren groeperingen van kleinere gemeenten (minder dan 5.000 inwoners) die geen eigen autonomie meer hadden. Zo kregen we 216 rurale kantons, bestuurd door een municipale raad waarin beambten (‘agents municipaux’) en een vertegenwoordiger van het centrale gezag zetelden. Elke municipale beambte werd bijgestaan door een vertegenwoordiger (adjoint = onbezoldigde schepen) van elk van de participerende vroegere gemeenten. Gemeenten en steden tussen 5.000 en 100.000 inwoners behielden hun autonomie. Zij vormden een afzonderlijk kanton, bestuurd door ‘officiers municipaux’ en een commissaris van het centrale gezag (departement). Er waren aldus nog 58 kantons in de Zuidelijke Nederlanden.
 
De municipale raad stond in voor:
  • Beheer van de publieke diensten en instellingen.
  • Behartiging van de plaatselijke belangen.
  • De bevelen van de centrale overheid te laten naleven betreffende ordehandhaving, onderwijs, conscriptie (militiewetgeving), belastingen, openbare werken.
  • De burgerlijke stand te beheren.
  • Elk kanton kreeg een vrederechter, zelfs meerdere indien meer dan 10.000 inwoners.

Wat onze huidige gemeente Zonnebeke betreft, kregen we de volgende situatie:

1. Het kanton Zonnebeke (één van de 40 kantons van het Leiedepartement) bestond uit:
 

Deelgemeente Inwoners >12j in 1796 Inwoners <12j in 1796 Totaal inwoners in 1796 Totaal inwoners in 1800
Beselare 1.278 572 1.850  
Geluveld 585 188 773  
Moorslede 3.599 1.360 4.959  
Passendale 1.480 888 2.368  
Sint-Jan 530 203 733  
Zillebeke 701 281 982  
Zonnebeke 1.108 492 1.600  
Langemark*        
TOTAAL 9.288 3.984 13.272 17.935

*Langemark was aanvankelijk een eigen kanton (zonder bijkomende deelgemeenten) gezien iets meer dan 5.000 inwoners. Het aantal inwoners is licht gedaald zodat Langemark vanaf 5 januari 1799 toegevoegd werd aan het kanton Zonnebeke.

Voor Geluveld was Charles-Joseph de Jacob d’Ougny (de latere burgemeester van Geluveld) afgevaardigde schepen in het kanton Zonnebeke.

Er werden door de Fransen officiële volkstellingen gehouden in 1796, 1800 en 1806 maar in 1806 was de territoriale indeling van de gemeenten al opnieuw gewijzigd.


2. Het kanton Wervik (één van de 40 kantons van het Leiedepartement) bestond uit:
 

Deelgemeente Inwoners >12j in 1796 Inwoners <12j in 1796 Totaal inwoners in 1796 Totaal inwoners in 1800
Geluwe 2.185 715 2.900  
Hollebeke 331 112 443  
Houthem 663 259 922  
Komen 2.062 1.152 3.214  
Neerwaasten 516 174 690  
Wervik 2.909 990 3.899  
Zandvoorde 410 142 552  
TOTAAL 9.076 3.544 12.620 13.079

 

De toepassing van de hervorming verliep uiterst traag door de omvang van de reorganisatie, de tegenwerking van de plaatselijke bevolking en het vinden van geschikte ambtenaren en lokale vertegenwoordigers. Zij moesten overtuigde Fransgezinden zijn. Toen dit uiteindelijk niet echt lukte werden gevolmachtigde regeringscommissarissen aangesteld om de invoering van het nieuwe staatsbestel te verzekeren. Op 26 januari 1797 werd 438 wetten die betrekking hadden op de bestuurlijke hervormingen definitief afgekondigd.
 
Kort na de invoering van het Consulaat (Napoleon) in Frankrijk in 1800 werden de municipale raden weer afgeschaft (wet van 17 februari 1800). Elke lokaliteit waarvan een vertegenwoordigende schepen in het kantonbestuur zetelde, verkreeg opnieuw het statuut van autonome gemeente. De kantons bleven echter bestaan maar hun bevoegdheid verschoof van de bestuurlijke naar de gerechtelijke sector waar ze territoriale basiseenheden bleven. Het werden aldus gerechtelijke kantons.