Het chicoreimolentje van de Everzwijnhoek

De stenen cichoreimolen werd opgericht in 1858 door de wezen Charles-Louis Van der Straeten en enkele van zijn broers. Charles-Louis werd geboren te Zandvoorde op 20 juni 1835. Hij huwde vrij laat, op 4 november 1892, met de 16 jaar jongere Hortence Ugille uit Geluveld. Frederic Verhellen, molenaar op de kasteelmolen, trad op als getuige bij het huwelijk. Bij het oprichten van de molen kregen Charles-Louis en zijn broers Joannes en Frans-Jozef hulp van hun schoonbroer en Beselarenaar Joseph Dejonghe (getrouwd met hun zus Marie Josephine Van der Straeten) en diens vader en molenbouwer Petrus Fransciscus Dejonghe. In 1870 werd Charles-Louis eigenaar van de grond.

De molen stond langs de weg naar Zandvoorde (de Waterstraat) op grond toebehorend aan ‘Den Disch’ (of eerbiediger gezegd, Het Bureel van Weldadigheid) van Zandvoorde en functioneerde aanvankelijk als cichoreimolen. Bijgevolg is de naam altijd het ‘Sekreimeulentje’ gebleven. Cichorei is een koffiesurrogaat maar veel goedkoper dan de ingevoerde koffie. In sommige gezinnen wordt die, ook vandaag nog, puur of gemengd met koffie, gedronken. Rond 1890 werd de molen omgebouwd tot uitsluitend korenwindmolen.

Rond 1900 was Charles Gillot de molenaar op de ‘Sekreimolen’. Kort na hem kwam Joseph August, alias Gusten Dejonghe (°Geluveld 27 oktober 1860), molenmaker, als nieuwe molenaar. Joseph August was de zoon van Marie-Josephine Van der Straeten (zus van de oprichter van de molen, Charles-Louis), getrouwd met Joseph Dejonghe. Gusten had in zijn molen ook een zaagmachine geïnstalleerd die tot 1903 door de molen werd aangedreven. Via openbare verkoop van 19 juni 1912 werd de molen en de grond eigendom van bakker Edmond Dubois-Kesteloot uit Komen. In oktober 1914 was hij hetzelfde lot beschoren als de vele andere molens in onze regio. Hij werd gevreesd als mogelijke observatiepost voor de vijand en werd bijgevolg volledig vernield.

Bakker Edmond Dubois bleef na de oorlog niet bij de pakken zitten. Hij zocht en vond in 1921 een robuuste staakmolen te Armbouts-Cappel dicht bij Bourbourg (Broekberg) in Le- Nord-Pas-de-Calais. Het betrof de molen Mequinion bij de Grote Millebrugghe. De molen was toen 165 jaar oud. Dit was af te lezen van een inscriptie in de zwee van het vangwiel: “FAIT PAR G. LABAERE / ANNO 1756”. Hij werd niet opgetrokken op de plaats waar de vooroorlogse molen stond, maar nabij de Motebos langs de Zandvoordestraat, achter de herberg “Den Hert”. Het was opnieuw Gusten Dejonghe (inmiddels 65 jaar geworden) en zijn ongehuwde zoon Cyriel die de molen oprichtte en uitbaatte. Aanvankelijk had de nieuwkomer een open voet, maar enkele jaren later werd die toegemetseld.

Molenaar Emile Soete-Couillez uit Komen-Ten Brielen kocht de molen op 14 augustus 1930. Na zijn overlijden, vijf jaar later, werd de molen eigendom van Antoine Berghe-Flouvier uit Neerwaasten op 20 mei 1935. Vanaf dan spreekt men eerder van Berghes Molen dan van de ‘Sekreimolen’. In 1938 ondervond de mooie molen veel schade van een zware storm. Dit herhaalde zich op 14 november 1940 en in de nacht van 8 op 9 februari 1946. De molen was als monument geklasseerd maar het provinciebestuur had geen oren naar tussenkomst in de schaderegeling. Het wachten moe en ontmoedigd liet Antoine Berghe de molen slopen in 1947 door molenmaker Achiel Lejeune uit Westvleteren. Een mechanische maalderij nam toen de functie over.