Het huis van de invalide te Geluveld

Tijdens en kort na de Eerste Wereldoorlog werden onder de stuwende kracht van koningin Elisabeth allerlei initiatieven ontwikkeld ten gunste van oorlogsslachtoffers. Zo ontstond het Nationaal Werk voor Oorlogsinvaliden. De koningin kon de Belgische kunstenaars, een elitegroep waar ze heel veel invloed bij had, er toe bewegen mee te werken aan haar liefdadigheidswerk ten gunste van de oorlogsslachtoffers. Mannen als Henri Anspach, André Lynen, James Thiriar, Maurice Wagemans, Alfred Bastien, Pierre Paulus, Michel Sterckmans en Achiel Van Sassenbrouck behoorden tot haar ‘mecenaat’.

Één van de onderafdelingen van het Nationaal Werk voor Oorlogsinvaliden was het ‘Tehuis der Belgische Invalide Soldaten’ of liever ‘Asiles des Soldats Invalides Belges’, opgericht in 1920. De befaamde frontschilder Alfred Bastien werd ondervoorzitter van deze organisatie en hij en zijn collega’s stelden hun tekeningen en schilderijen ter beschikking om te reproduceren en te verkopen en met de opbrengsten hiervan het goede doel te spijzen. Met de gelden werden huizen en kolonies opgericht voor invalide Belgische soldaten.

Op de Veldhoek te Geluveld stond zo’n woning van ‘Tehuis der Belgische Invalide Soldaten’ langs de Ieperstraat (nu Menenstraat 71) op een stuk grond van het voormalig kasteel van de Veldhoek van de familie Vandenpeereboom. Het werd gebouwd rond 1925 volgens de plannen van de Ieperse architect Raphaël Speybrouck. De kostprijs werd vastgelegd op 2.500 fr. Ook te Ieper en Dikkebus staan woningen voor Belgische Oorlogsinvaliden.

Tijdens de Eerste Slag om Ieper in de Eerste Wereldoorlog werd hevig gevochten voor de verovering van Geluveld tussen 21 en 31 oktober 1914. Aanvankelijk waren de Duitsers aan de winnende hand. Op 31 oktober wilde het Worcestershire Regiment onder leiding van brigadegeneraal Fritzclarence een tegenaanval opzetten om de Duitsers ‘de pas af te snijden’ richting Veldhoek en Polygonebos en het tweede bataljon van het Worcestershire Regiment slaagde er zowaar in om Geluveld dorp te heroveren tot aan het kasteel mits verlies van 192 van hun 461 manschappen. Deze succesvolle tegenaanval werd beschouwd als een beslissende actie in de Eerste Slag om Ieper en de redding van de haven van Calais.

Uit erkentelijkheid en als nagedachtenis bekostigde George Jones, een inwoner uit Worcester, na de oorlog een monument. Hij wilde het monument geïntegreerd zien in de gevel van het huis voor invalide Belgische soldaten. In 1924 keurde de gemeenteraad van Geluveld het ontwerp voor het gedenkteken voor het Worcestershire Regiment goed. Architect Speybrouck nam het mee op in zijn plan van de woning. De grijze hardstenen gedenkplaat met rondboog bovenaan, in een arduinen kader ingebed, werd aangemaakt door steenhouwer F. Cassart uit Ieper. Vóór de gedenkplaat op de gevel van het huis werd een klein perkje afgebakend met arduin en beplant met bloemen en groen. Op de gedenkplaat stond in het Engels en het Nederlands de tekst: “Ter Eeuwige Gedagtenis aan Bevelhebbers en Manschappen van het 2de Worcesters welke op den 31sten october 1914 streden tegen den barbaarschen vyand en hun leven gaven te Gheluvelt ter redding der beschaving. Dit gedenkteeken is opgericht uit fierheid en erkentelykheid door een Burger van Worcester en het Werk ‘Asiles des Soldats Invalides Belges’”. Kort na de Tweede Wereldoorlog werd het woord “barbaarschen” vervangen door “vastberaden”. Het huis en het gedenkteken werden plechtig ingehuldigd op 31 oktober 1925, precies 11 jaar na de bloedige tegenaanval van de Worcestershires. Heel wat Belgische en Britse hoogwaardigheidsbekleders waren op de plechtigheid aanwezig. Albert Devèze voormalig minister van Landsverdediging, Leon Herbos, directeur-generaal van ‘Asiles des Soldats Invalides Belges’, Luitenant-kolonel Aerts, Kolonel Goodland, directeur van ‘Service of British War Graves’ en juffrouw Léonie Keingiaert de Gheluvelt, burgemeester van Geluveld, voerden het woord. Na de toespraken zongen de schoolkinderen van Geluveld het Engelse en het Belgische volkslied.

In de woning woonde aanvankelijk oorlogsinvalide Theophile Vanlaer-Debackere. Vanaf 1926 werd Camille Carron, geboren te Poperinge op 3 augustus 1882 en slachtoffer van gifgas in de oorlog, de nieuwe bewoner. Na zijn overlijden op 19 december 1932 trok zijn weduwe Eveline Leleu met haar twee zonen, Alfons en Maurice, naar Komen. Maurice Carrein, eveneens een oorlogsinvalide, nam er nu met zijn gezin zijn intrek. Maurice woonde er tot aan zijn overlijden op 14 februari 1966. Op 13 december 1966 werd het huis verkocht en het verloor aldus zijn functie. De kopers waren het bejaarde gezin Camiel Schoutteten-Lenoir, de voormalige uitbaters van herberg “De Hoge Zandberg”. Zij bleven er wonen tot 5 december 1983. Omdat hij zijn voorgevel grondig wilde verbouwen, slaagde de nieuwe eigenaar en huidige bewoner Patrick Francois-Bruyer er in het gedenkteken voor het Worcestershire Regiment te laten verhuizen in 1984 naar het pleintje naast de Geluveldmolen bij het monument van het South Wales Borderers Regiment. Enkel de gedenkplaat werd er opnieuw gemonteerd tegen een bakstenen muur.