Huldefeest te Passendale

Christiane Deleye, sinds jaar en dag lid van de heemkundige kring “De Zonnebeekse Heemvrienden”, vond enige tijd terug bij haar verhuis een vergeeld en verfrommeld document op zolder. Na enige twijfel tussen vuilniszak of bewaren had ze gelukkig de goede reflex toen ze de datum 1901 zag op het drukwerk. Het bleek een uitnodiging te zijn aan de leden van de vinkengilde Sint-Jozef te Passendale voor een huldefeest voor hun verdienstelijke secretaris Julius Vanthournout op 18 augustus 1901. Ze schonk het document aan de heemkring en op die wijze kon een nieuw stukje lokale geschiedenis worden (her)ontdekt. Luister maar:

In 2004 verscheen een nummer van het tijdschrift “Het Zonneheem” van de heemkundige kring, volledig gewijd aan de lokale vinkenierverenigingen te Zonnebeke, naar aanleiding van de inrichting van het 44e Belgisch Kampioenschap Vlaamse vinkenzang op 27 juni 2004 te Zonnebeke. Aan de publicatie was heel wat onderzoek voorafgegaan naar het ontstaan en de geschiedenis van alle lokale bestaande en verdwenen vinkenierverenigingen, de evolutie van de sport, haar reglementen en geplogenheden, het sociale aspect van de volkssport, foto’s…

Hieruit bleek dat de allereerste vinkenzettingen ontstaan zijn eind de 16e eeuw, waarschijnlijk te Ieper. Er was daar zelfs een vinkeniervereniging “De Dianisten”en ze had haar lokaal in “’t Brouwershuys” in de Pateelstraat. De vereniging zou zijn ontstaan uit de vogelvangst. Vóór 1800 was de vinkensport wel een elitaire (alleen voor welstellenden) en een stedelijke vrijetijdsbesteding want op het platteland was er jacht- en vangstbeperking. Vanuit onze regio verspreidde de vinkensport zich naar Poperinge, Hazebroek, Duinkerke, Sint-Winoksbergen, Armentières, het Kortrijkse en Gent. Veel verder dan Deinze en Gent is de vinkensport nooit uitgezwermd. De (speel)reglementen van de verschillende verenigingen waren niet eenvormig, net zomin als iedere gilde dezelfde patroonheilige had. Sommigen stelden zich onder de bescherming van de heilige Fillipus, anderen hielden het bij Sint-Gilles. De gilden organiseerden slechts één zetting per jaar (op of rond 1 mei), om 07.00u ’s morgens, voorafgegaan door een mis. De winnaar werd als koning uitgeroepen.

Met de Franse Periode (1795-1814) werd het feodale voorrecht inzake jacht en vogelvangst afgeschaft. Dit gaf aanleiding tot de oprichting van heel wat nieuwe vinkenierverenigingen, vooral op het platteland. Vanaf nu werd ook alleen nog competitie gehouden met blind gemaakte vinken. In het begin van de 20e eeuw kende de vinkensport een terugval door de Eerste Wereldoorlog, opnieuw beperking van de vogelvangst en het verzet tegen het barbarisme van het verblinden van de vinken en de vinkenvangst. Het was aanmodderen voor de vinkensport en veel verenigingen lagen op apegapen. Door afschaffing van de vogelvangst was ondertussen al lang geen sprake meer van de vinkensport bij onze zuiderburen.

Vanaf 1934 nam cichoreifabrikant Florimond Verstraete uit Rumbeke de touwtjes in handen en eindelijk kwam er structuur voor de vinkenierverenigingen en een uniform speelreglement. Hij blies oude verenigingen nieuw leven in en tal van nieuwe verenigingen werden opgericht. Belangrijk in dit proces was de uitgifte van “De Vinkenbode” (later “De Vinkenier”), een eigen weekblad voor de vinkenliefhebbers. Het blad bewerkte een grote solidariteit tussen de maatschappijen en de leden. De samenwerking leidde tot het ontstaan van een overkoepelend orgaan, de Algemene Vinkeniersbond A.V.B. en later A.VI.BO.

De zoektocht naar het ontstaan van de Zonnebeekse vinkenmaatschappijen strandde in deze periode. Via het bestaande archief van de huidige verenigingen ontdekten we dat de oudste lokale vereniging wellicht “De Staalbekken” van Zonnebeke is. De vereniging werd op 16 februari 1934 gesticht door Irma Pattyn, echtgenote van de gekende petroleumhandelaar Jules (boertje) Florequin en had haar lokaal in herberg “De Zon” bij Leon Deleu in de Roeselarestraat. Veel van de in die tijd opgerichte vinkenverenigingen zijn vrij snel ter ziele gegaan. De “Verlaten Vink” te Beselare, “De Verenigde Vrienden” te Passendale, “Recht voor Allen” te Passendale, “De Frontvink” en de “Onvermoeibare Takkelingen” te Zonnebeke ontstonden alle enkele jaren voor de Tweede Wereldoorlog en waren een kort leven beschoren. Sommige werden later heropgericht. Komen en gaan werd zelfs een vaste gewoonte te Passendale, ook na de Tweede Wereldoorlog, totdat “De Sportvink” in 1982 een steviger en langere traditie op poten zette. Helaas is ook deze vereniging nu enkele jaren terug ontbonden. Vandaag zijn nog actief in onze gemeente: “De Staalbekken” en “De Grensvink” te Zonnebeke, “De Blauwe Bogaard” te Beselare, en “De Blauwbekken” in Geluveld.

Het oude verfrommelde document van Christane Deleye werpt wel een totaal ander licht op de (ontstaans)geschiedenis van één van onze vinkenierverenigingen te Passendale. Er bestond bij het begin van de 20e eeuw dus zeker een vinkenvereniging te Passendale met de naam “Vinkengilde St. Jozef” met brouwer Georges Van Eecke als voorzitter. Het document heeft het over een huldefeest voor haar secretaris Julius Vanthournout (° Passendale 22/03/1848), gehuwd met Marie Ghekiere. Hij was sinds meer dan 35 jaar (minstens vanaf de leeftijd van 17 jaar) trouwe dienstknecht bij de familie van notaris Melchior Christiaen-Van Haverbeke op de hoek van de Kapellestraat en de Molenstraat en vervolgens van handelaar Emile Christiaen-Devolder. Hiervoor had hij de dekoratie ‘Kruis van Eerste Klas’ gekregen en dit wilde de vinkeniervereniging extra honoreren en in de kijker stellen. Er was samenkomst bij Markey (de bakker?) om in stoet naar het huis van de gevierde te stappen en hem een geschenk te overhandigen. Daarna zou men opnieuw in stoet (de muziekmaatschappij voorop?) naar een feestzaal trekken voor de feestdis. Om 15.00u volgde een ‘kroegentocht’ naar de leden-herbergiers (en dat konden er nogal wat zijn) tot 20.00u. Op het einde van de dag en met het warme weer waren waarschijnlijk velen “van brouwers hondje gebeten”.

Het document laat vermoeden dat de vereniging al een zekere tijd bestond en er meer dan waarschijnlijk warmpjes inzat. Nergens is sprake van een deelnameprijs aan de leden voor de maaltijd en het vele vertier. Ook de uitnodiging in kleurendruk (beperkte oplage) laat geen twijfel bestaan over de goed gespekte kas van de vinkeniers. In elk geval was het een weldaad de plaatselijke brouwer als voorzitter te hebben. De drukker van dienst in die tijd te Passendale was de toen dertigjarige Juliaan Versavel-Parmentier.

Zo blijkt eens te meer hoe oude documenten soms heel waardevolle gegevens kunnen bevatten die het ons toelaten een beter of een nieuw inzicht te verwerven in onze lokale geschiedenis. Moraal van het verhaal: nooit weggooien die oude (verfrommelde) papieren.

Huldefeest