Pattyn's meulen te Geluveld

Naast de aloude banmolen van de adellijke familie Keingiaert de Gheluvelt, de oliewindmolen op het hoogste punt van de Meense weg en de het cichoreimolentje op de Everzwijnhoek, was Pattyn’s meulen langs de Oude Komenstraat de benjamin der Geluveldse molens voor de Eerste Wereldoorlog.

Het was een eerder kleine (oppervlakte 48 m²) houten staakmolen, bedoeld als korenwindmolen, gebouwd in 1874 mits toestemming van de Bestendige Deputatie van de provincie West-Vlaanderen van oktober 1873. De molen werd opgericht door August Forrest, dicht bij zijn hoeve (nu de hoeve van Antoine Buyse-Van Cauwenberghe, Oude Komenstraat 26).

Op 20 oktober 1881 verkocht August de molen en de hoeve aan zijn broers Louis Forrest, landbouwer te Geluveld, en Philippe Forrest, orgelbouwer te Gent en later te Roeselare. Deze gerenommeerde orgelbouwer had lange tijd zijn atelier op de ouderlijke hoeve te Geluveld tot zijn verhuis naar Gent in 1870. Door erfenis werd Philippe op 28 november 1886 de enige eigenaar van de molen en de hoeve. 14 jaar later, op 26 november 1900 verkoopt Philippe Forrest de windmolen. Het is nu Hendrik Lauwick-Van Elslande, fabrikant te Comines (Fr.) die de nieuwe eigenaar wordt. Na zijn dood wordt Pieter Goeman-Desbonnets, eveneens uit Comines (Fr), door erfenis de moleneigenaar op 20 januari 1904.

Vanaf 1901 tot aan de oorlog was Charles-Louis (Charlewie) Pattyn boer en molenaar op het molengoed. Het was de meest succesvolle periode van de molen die dan ook zijn naam dankt aan deze energieke huurder-uitbater. Een ketser in loondienst reed voor hem met paard en kar geheel het dorp af om graan op te halen bij de boeren en meel of bloem terug te brengen. Aanvankelijk was een zekere Vandoorne de ketser van dienst, later werd het Charles Dumortier.

In oktober 1914 werd er dagenlang bijzonder hard gevochten bij Pattyn’s molen door de Duitsers (de infanterieregimenten 105, 143 en het 2e bataljon van het regiment waartoe Hitler behoorde) tegen de Britten (het Queens Regiment). Bijna alle Britten sneuvelden op het slagveld toen de Duitsers er in slaagden daags voor Allerheiligen Geluveld in te nemen. De molen was door de gevechten zwaar beschadigd. In het voorjaar van 1915 werd hij door de Duitsers definitief tegen de grond gehaald.

Na de oorlog werd de molen niet heropgebouwd. De hoeve werd nu eigendom van Cyrille Dessein-Bouckaert. Omstreeks de Tweede Wereldoorlog nam zoon Michel, gehuwd met Gabriëlle Roussel, de hoeve over. Een stukje van de molenwal en de teerlingen, de laatste getuigen van de molen bleven tot in de jaren '30 nog zichtbaar.