Toneel te Zandvoorde

Vlaanderen was en is nog altijd rijk aan volkstoneel (in Zonnebeke zijn vandaag vier toneelverenigingen actief). Vroeger kwam de lokale toneelvereniging in elk van onze dorpen tijdens de wintermaanden met één of zelfs meerdere toneelstukken op de planken. Het was een typisch Vlaams verschijnsel en vaak de enige cultuurmanifestatie in onze dorpen toen.

Het kleine Zandvoorde ging voorop waar het lokaal toneel betrof. Al in 1895 vonden we er de eerste schriftelijke sporen van de toneelvereniging “Deugd en Vreugd”, onder de vleugels van de actieve pastoor E. H. Joannes Mervillie. De vereniging ontstond in het kader van- en als reactie op het toenmalige liberale en Franssprekende gemeentebestuur en de gegoede burgerij. Trouwens de pastoor, geboren te Wontergem op 26 september 1839, was, in tegenstelling tot zijn voorgangers, van Vlaamse afkomst en dat liet hij duidelijk merken in zijn kerk en zijn herderschap. Hij slaagde er zelfs in “De Vlaamse Leeuw” op het programma te krijgen bij de jubileumviering van 75 jaar België op 27 augustus 1905. Sinds 1890 was hij pastoor te Zandvoorde en hij zou het blijven tot 1914.

De eerste voorzitter en duivel-doet-al van “Deugd en Vreugd” was landbouwer Pierre Joseph Vanhee (° Zonnebeke 31/08/1837), gehuwd met Marie-Thérèse Cardoen (° Zonnebeke 19/01/1853). De Vanhees, afkomstig van Zonnebeke, hadden veel vrienden te Zandvoorde en Pierre en de pastoor richtten de toneelgilde op. Zij zagen het groots want in hun eerste bestaansjaar pakten ze al uit met een passiespel dat ze opvoerden op de zeven zondagen tussen Pasen en Pinksteren. De opvoeringen vonden plaats in café “In de Bonten Os”, uitgebaat door Jules Loridan (° Zandvoorde 22/12/1867) en Marie Frimout (nu woning Michel Vercaigne-Vandoolaeghe). Er konden slecht 125 toeschouwers in het achterzaaltje binnen en de toegangsprijs bedroeg 0,25 fr. (wat nu €0,006 zou zijn). Speelden zeker mee in het passiespel: Désiré Timperman (O.-L.-Heer), Charles Louis Vaye (hogepriester), Theo Frimout (Zillebeke en broer van Marie) (O.-L.-Vrouw), Henri Bauden (Zillebeke) (Caïfas), Henri Vermeersch (Petrus) en Désiré Timperman (de zoon van Désiré) (dienster van Caïfas).

Na dit eerste gedurfde maar geslaagde optreden ging “Deugd en Vreugd” verder, eerst voorzichtig maar naar de eeuwwisseling toe al met drie stukken per jaar. Zelfs klassieke drama’s en burleske kluchten werden niet uit de weg gegaan. De vereniging groeide en bloeide en tot 1912 trok ze ook jaarlijks naar Geluveld voor een gastoptreden in “De Klokke” bij Charles Pauwels en Julie Bille. Die herberg met zaaltje stond waar de (Oude) Zandvoordestraat wegdraait en de (Oude) Komenstraat begint.

Na de oorlog werd de toneelbedrijvigheid opnieuw op gang getrokken vanaf 1924. Klompenmaker en jonkman Henri Vermeersch (° Zandvoorde 26/09/1874) en Albert Vercaigne (° Zandvoorde 03/01/1891) hadden de fakkel overgenomen van de familie Vanhee (die niet meer naar Zandvoorde was terug gekeerd). Ook Henri Dobbels en landbouwer Henri Vaye (° Zandvoorde 04/04/1886) waren bestuursleden. Nu werd toneel gespeeld in “Au Lion d’Or”, beter gekend als “De Rape” in de Houtemstraat, waar Henri Dobbels de cafébaas was. Bij de inhuldiging van burgemeester Hilaire Brel in 1927 trad het toneel voor het voetlicht met een gesmaakt gelegenheidsoptreden in de jongensschool na de receptie. Daarna werd het ijzig stil rond de toneelmaatschappij. De economische crisis van de jaren '30?

Op 6 februari 1938 stond het Zandvoords toneel opnieuw op de planken met een driedelige toneelavond. De opvoering vond opnieuw plaats in “De Rape” om 18.00u. De toegangsprijs bedroeg 4 fr. en 3 fr. Meester Jules Depoorter uit Kruiseke nam de hoofdrollen voor zijn rekening. “Deugd en Vreugd” bestond weer met Jules Depoorter als voorzitter, Henri Dobbels als ondervoorzitter en Albert Vercaigne als secretaris. Vermaarde acteurs waren nu Albert, Valeer en Roger Vercaigne, Paul Leroy, Marcel Callens, René en Maurits Coudron, Basiel Hoste, André Dehem, Pierre Vandenbroucke, Jozef Boscart, Jules Depoorter en Henri Dobbels. De verstandhouding met de vereniging “Jong en Moedig” Kruiseke was opperbest en af en toe werd beroep gedaan op gastspelers uit die naburige parochie.

Met de oorlog in 1940 viel alles weer stil. Er waren nog enkele schaarse pogingen in “De Kroon” bij Maria Lamerand of in “Het Gildenhof” bij Joseph Loridan-Gillebert en later Alfons Deman-Ramon maar de bemoeienissen en de censuur van de Duitsers was zo streng.

Na de oorlog nam Roger Vercaigne de draad weer op. Timmerman Paul Pauwels stelde zijn timmeratelier in de Kruisekestraat ter beschikking als speelzaal en de Boerenjeugd spande zich ook voor de kar. De naam van de toneelvereniging veranderde in “Kunstmin”. Meester Omer Philips werd voorzitter en Henri Lecluse (later Roger Vercaigne) secretaris. Men beleefde te Zandvoorde de hoogconjunctuur van het toneel dankzij het acteertalent van Roger Pauwels en vooral Roger Vercaigne. Hij was bij meester Depoorter in Kruiseke in de leer gegaan en volgde later nog lessen bij Antoon Vander Plaetse. Helaas, hij is veel te vroeg overleden in 1952. De vereniging had uitstekende acteurs en een stel goede lokale actrices sprongen ook in de dans zoals Magda Pauwels, Maria Verbeke, Mauricette Hollinck, Marguerite Dehem, Claire Nuytten, Maria Jacobs, Yvonne Baelen, Adrienne Talloen, Ginette Leire, Anayse Lannoote, Godelieve Desmarets en Adrienne Palsen. De toegangsprijs voor de voorstellingen evolueerde van 10 naar 15 fr

Het succes werd de doodsteek. Het werd te veel, zowel financieel als moreel. In 1953 kwam daarbij een nieuwe pittige pastoor te Zandvoorde, E. H. Albert Lernout. Die had het niet zo begrepen op die “decadentie” van gemengd toneel en bals (voor zaad in ‘t bakske) en ging dwars liggen. Met al die goede acteurs vatte hij wel nog het plan op om in 1953 een massaspel op te zetten om fondsen te verzamelen om zijn kerk te herstellen. Hij sprak zijn broer Kamiel Lernout aan voor de regie en op een podium in de kerk werd het lijdensverhaal van Christus uitgebeeld. Echt groots. Bussen brachten honderden toeschouwers naar Zandvoorde. Zelfs bisschop Monseigneur De Smedt was op één van de voorstellingen aanwezig.

In 1956 werd nog een massaspel opgevoerd met als thema de Eucharistie. Het nieuwe en verassende was er af en er waren al veel minder toeschouwers. Het betekende meteen de definitieve zwanenzang van toneelactiviteit en “Kunstmin” te Zandvoorde. Het toneel begon met een massaspel en eindigde er mee. Zo zien we eens te meer hoe een klein dorp toch ook groots kan zijn.