Verboden stro te verkopen

Op de hoeve in de Tynecotstraat 30 te Passendale woont vandaag het landbouwersgezin Jaak Vandepitte-Decock Mieke. Van het einde van de 18e eeuw tot aan de Eerste Wereldoorlog werd deze hoeve uitgebaat door vier opeenvolgende generaties van de familie Soenen. De landbouwtelling van 1798 vermeldde al Joseph Soenen-Soete Barbara als het toenmalige landbouwersgezin met als veestapel acht runderen en een paard, een vrij groot bedrijf dus in die tijd. De familie Soenen heeft een negen bladzijden tellende ‘pachtbrief’ (huurcontract) bewaard, daterend van 1868 toen Bruno Soenen en Zulie Vermeersch (derde generatie) de nieuwe pachters werden. Hieruit blijkt dat de hoeve 13 ha 81 a 34 ca groot was en eigendom van de familie Marant-Vanmaldeghem uit Brugge. De huurprijs bedroeg toen 1.115 fr., te betalen in “gemunt goud of zilveren geldspetien wettigen cours hebbende in Belgien en in geen mindere stuks dan van 5 francs”.
 
De pachtvoorwaarden, opgelijst in 15 punten en uitgesmeerd over de vele bladzijden van de overeenkomst zijn vaak merkwaardig en geven een beeld van de vigerende gewoonten en ‘coutumen’ in die tijd. In essentie komen ze hierop neer:
  1. De grondbelastingen en alle mogelijke lasten zijn te betalen door de huurder.
  2. De pachter moet de grachten, dijken en waterlopen onderhouden.
  3. De huurder moet de hofstede zelf bewonen, dus niet onderverhuren.
  4. De huurder moet de gebouwen onderhouden en de kleine herstellingen zelf doen met vooral aandacht voor het onderhoud van de strooien daken.
  5. De huurder moet de nodige grote herstellingen melden aan de eigenaar, zelf kosteloos het materiaal bijeenbrengen en de werklieden door de eigenaar aangesteld om de herstellingen uit te voeren te eten geven.
  6. De huurder moet acht dagen per jaar rijden met paard en wagen ten dienste van en op verzoek van de eigenares.
  7. De huurder moet de bomen en hagen op de hoeve snoeien, eventueel vellen voor het profijt van de afval, en nieuwe aanplanten op eigen kosten.
  8. De pachter moet de zaailanden ploegen, bemesten en zaaien, de meersen en weilanden zuiver houden van distels, bramen en onkruid en in het algemeen de hofstede en de landerijen gebruiken volgens het beste gebruik van de streek.
  9. De pachter kan geen afslag van pachtprijs eisen tengevolge van onvruchtbaarheid, droogte, hagelslag of alle onvoorziene toevallen van oppermacht.
  10. Al het stro opgedaan op de hoeve moet worden geconverteerd in mest om de landerijen te bemesten. Op straffe van het betalen van schadevergoeding mag er dus geen stro verkocht worden.
  11. De pacht van de hoeve mag aan niemand worden overgelaten zonder de schriftelijke toestemming van de eigenaar.
  12. De huurder moet in het laatste jaar van de pachtperiode gedogen dat de eventuele opvolger al bepaalde werkzaamheden op de hoeve komt uitvoeren na het scheren en weren van de eerste oogstrijpe vruchten.
  13. De huurder mag de zaailanden niet veranderen van aard en nature en de weiden niet scheuren.
  14. De huurder mag de oogst niet verkopen uit ter hand of openbaar zonder toestemming van de eigenaar omdat het stro de hoeve niet mag verlaten.
  15. De huurder moet de opbrengst meestal gebruiken ten voordele van de eigendommen en zich schikken voor alles wat in deze overeenkomst niet is besproken naar de wetten en plaatselijke gebruiken.
Naast deze algemene voorwaarden werd nog het volgende apart en uitdrukkelijk bedongen in de overeenkomst:
  1. Op het einde van de pacht is de huurder gehouden de verpachte goederen te verlaten en vrij ter beschikking te stellen van de eigenaar of de aankomende pachter: de zaailanden met het weren der eerste vruchten en de gebouwen met de laatste dag van september daaropvolgend.
  2. Wanneer de gebouwen zouden afbranden of vernietigd worden door overmacht, is de eigenaar niet verplicht deze opnieuw op te bouwen. De pachtovereenkomst neemt aldus een einde de eerste oktober volgend op de gebeurtenis. De pachter kan geen schadevergoeding eisen.
  3. Het jachtrecht is voorbehouden aan de eigenaar. De pachter mag niemand laten jagen zonder schriftelijke toestemming van de eigenaar.
  4. Het laatste jaar van ’s pachters genot is de pachtprijs drie maanden voor de vervaldag eisbaar.
  5. Bij nalatigheid van betaling van de pacht wordt de pachtovereenkomst van rechtswege verbroken en kan de pachter worden uitgedreven.
  6. De kosten van de pachtbrief en van de registratie vallen ten laste van de pachter.
In 1924 nam de familie Hector Vandepitte-Nollet Marie haar intrek op het heropgebouwde bedrijf en kocht het goed in 1928. Pas in 1954 werd de vooroorlogse veldkapel aan de hoeve-ingang heropgericht.