Zuid-Afrikaners op de bedeltoer te Beselare

Tussen 1899 en 1902 woedde een felle Vrijheidsoorlog tussen de Zuid-Afrikaanse boeren en de Britse kolonialisten.

In 1901 streken twee ‘Boeren-afgevaardigden van Transvaal’ neer in België om geld in te zamelen voor de noodlijdende en verdrukte Zuid-Afrikaanse boeren. De ene was de officier Louw en de andere heette Plokhooy. Zij deden een propagandatocht door Vlaanderen (Antwerpen, Brussel, Gent, Kortrijk, Deinze, Tielt…). Overal werden de heren hartstochtelijk (met de fanfare) onthaald. De huizen waren bevlagd en men kon op de koppen lopen tussen het station en de zaal waar zij het volk toespraken.

Louw sprak over het lijden en de folteringen van de Boerenvrouwen en Boerenkinderen in Transvaal. Zij werden als schild gebruikt door de Engelsen in de concentratiekampen. Plokhooy had het over de oorlog zelf, waar ook enkele Vlamingen als vrijwilligers aan deelnamen. Na de spreekbeurt volgde een omhaling. Ze kregen heel veel geld van de ontroerde Vlamingen (bijvoorbeeld meer dan 600 fr. te Lo). Als hulde aan de strijdende stambroeders werden veel uithangborden van café’s ‘omgedoopt’ zoals ‘In Transvaal’ en ‘Pretoria’ (Beselare) of ‘Pretoria’ (Passendale).

Louw en Plokhooy kwamen ook naar Beselare om hun verhaal te doen. Op de affiche die hiervoor werd ontworpen stond:

Gemeente Beselare
Op Kermismaandag, 8 oktober 1901, te 3.30 u namiddag in de bovenzaal van ’t Gemeentehuis

VOORDRACHT DOOR DE HEEREN Transvalers LOUW, veldkornet en PLOKHOOY, ondercommandant, die handelen zullen over:

  1. de vluchtelingenkampen
  2. de gruwelen van den oorlog in Zuid-Afrika

Voorbehouden plaatsen : 1 fr; 1e plaats: 50 cent.; 2e plaats: 25 cent.
Alles ten voordele der weduwen en wezen van Oranje-Vrijstaat.
Getekend burgemeester en secretaris.

In ’t Nieuwsblad van Yper van 12 oktober lezen we “…Veel volk van het dorp en de omliggende gemeenten was de kloekmoedige strijders voor vrijheid en onafhankelijkheid komen aanhooren. Met zijne gewone aandoenlijke stem schetste M. Louw het lijden en de ontberingen van vrouwen en kinderen in de kampen. M. Plokhooy verplaatste ons in gedachten op het tooneel van dien gruwelijken oorlog, die nu sedert twee jaren in ’t verre Zuid-Afrika een vreedzaam volk dreigt uit te moorden. Niettegenstaande het doorslechte weder was de bovenzaal van ’t gemeentehuis stampvol. De opbrengst was 119 fr. 04 c.”.

Blijkbaar moeten de heren Louw en Plokhooy heel tevreden geweest zijn over de ontvangst en de opbrengst te Beselare want het jaar erop zijn ze weergekeerd. Op zondag 1 juni te 05.00u in de namiddag gaven zij opnieuw een grote volksvergadering in de bovenzaal van ’t gemeentehuis. Zij hadden het opnieuw over de folterkampen.

De oorlogsvoering van de Britten, die het ondanks de militaire overmacht zeer moeilijk hadden tegen de Zuid-Afrikaners, verwekte over heel de wereld een golf van anti- Engelsgezindheid en sympathie voor de verdrukte Boeren. De Britten namen hun toevlucht tot de tactiek van de verschroeide aarde (de vruchten vernielen en het vee wegvoeren om de Boeren uit te hongeren) en het onderbrengen van vrouwen en kinderen in concentratiekampen.