Woninginbraken voorkomen

Tijdens de korte donkere dagen, stijgt het risico op een inbraak. Vrije dagen, weekends en vakantieperiodes vormen - door een eventuele langdurige afwezigheid van de bewoners - een extra risicoperiode.

Overloop onderstaande preventieve tips om een inbraak zo goed mogelijk te voorkomen!

  • Zorg dat je woning ‘s avonds verlicht is. Inbrekers slaan vaker toe tijdens donkere maanden.
  • Zorg voor zicht en licht: installeer een timer op je lampen en stel ze zo in dat de verlichting op verschillende tijdstippen in wisselende kamers aan en uit gaat volgens je leefpatroon.
  • Installeer verlichting met bewegingsdetectie rond je woning.
  • Sluit ramen en deuren af, ook al verlaat je jouw woning maar even.
  • Laat geen briefje betreffende je afwezigheid achter op je deur.
  • Maak gebruik van het gratis vakantietoezicht dat je kan aanvragen via de lokale politie als je op vakantie vertrekt.
  • Geef je woning een bewoonde indruk.
  • Ga na of je woning zichtbaar is van op de straat en verwijder eventuele planten of bomen die het zicht verminderen.
  • Laat geen gereedschap of ladders rondslingeren die de inbraak kunnen vergemakkelijken. Sluit je tuinhuis af met een sleutel.
  • Verberg aantrekkelijke en makkelijk mee te nemen voorwerpen zoals juwelen, gsm’s, videomateriaal, computers en andere waardevolle elektronische apparatuur.
  • Plaats de verpakking van je nieuwe flatscreentelevisie niet op je trottoir. Inbrekers weten hierdoor dat er iets te stelen valt.
  • Breng je waardevolle voorwerpen (geld en juwelen) naar een bankkluis.
  • Registreer de serienummers en noteer de bijzondere kenmerken van je waardevolle voorwerpen en maak foto’s van juwelen. Het registratieformulier van de FOD Binnenlandse Zaken vind je hier.
  • Plaats inbraakwerend hang- en sluitwerk. De technopreventief adviseur van de lokale politie geeft je hierover graag gratis advies.
  • Hou ook een oogje in het zeil voor je buren en signaleer verdachte gedragingen onmiddellijk aan de politiediensten via het nummer 101 of via het nummer van de lokale politiezone (T 057 23 05 00). Noteer ook de nummerplaat en het merk van een verdachte wagen en geef dit door aan de politie.